Samenvatting:
Kunsthistoricus met bijzondere aandacht voor de kunstgeschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden, o.m. Dirk Bouts, Rubens en de Vlaamse kunst in de 17de eeuw, Jan-Peter van Baurscheit de Jonge en de architectuur van de 18de eeuw.
Opleiding:
Lic. Oudheidkunde en Kunstgeschiedenis (1942), Geschiedenis (1943). Adjunct-conservator (1950) Rubenshuis Antwerpen; conservator Kunsthistorische Musea Stad Antwerpen (1952-82); mede- inrichter Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst-Middelheim, Antwerpen (1950).
Prijzen:
Prijs voor geschiedenis en volkskunde, Antwerpen (1979, 1996), Joost-van-den-Vondelprijs van de Alfred Toepfer Stichting F.v.S., Westfaalse Wilhelm-universiteit (Münster) (1989).
Eredoctoraat:
Dr. h.c. universiteit Antwerpen. Ridder orde van Sint-Sylvester, orde van Verdienste van de Italiaanse Republiek, orde van Oranje-Nassau.
Lidmaatschap:
Secretaris en voorzitter van het Nationaal Centrum voor Plastische Kunsten van de 16de en de 17de eeuw.