Fondsprijzen

De Fondsprijzen zijn prijzen die voortkomen uit de legaten die aan de Academie werden toevertrouwd.

 

Bekroning van: een onuitgegeven doctoraatsverhandeling die een originele en belangrijke bijdrage vormt tot de stadsgeschiedenis of tot de lokale geschiedenis.
Bedrag voor deze prijs: 1000
Deze prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt.
Tineke Van Gassen

Tineke Van Gassen (°1989) is laureaat van de Pro Civitate prijs 2017 voor haar doctoraatsstudie Het documentaire geheugen van een middeleeuwse grootstad: ontwikkeling en betekenis van de Gentse archieven. Te vindene tghuent dat men gheerne ghevonden hadde. In dit onderzoek wordt de ontstaans- en bewaargeschiedenis van de Gentse archieven in de middeleeuwen gereconstrueerd. Daarbij worden de verschillende bewaarplaatsen van oorkonden belicht, maar ook de totstandkoming van de oudste inventarissen, het aanleggen en functioneren van cartularia, registers en andere administratieve bescheiden. Archiefdocumenten speelden een belangrijke rol in politieke communicatie en conflicten. De combinatie van politieke en pragmatische beweegredenen bleek voor het stadsbestuur de doorslaggevende reden voor de aanleg van een omvangrijk documentair geheugen. Deze studie van Gentse archivalia levert nieuwe inzichten op in de politieke cultuur en administratieve gebruiken van een laatmiddeleeuws stad.

Tineke Van Gassen studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent. In 2017 verdedigde ze haar doctoraat aan de UGent. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het IUAP-project P7/26: City and Society in the Low Countries, ca. 1200-ca. 1850 (BELSPO). Sinds september 2017 werkt ze als onderwijsbegeleider aan de vakgroep geschiedenis van de UGent. Haar onderzoeksinteresse gaat uit naar stadsgeschiedenis, archiefgeschiedenis, geheugen- en identiteitsonderzoek, ambachtsgilden, sociaal-economische en politieke geschiedenis van het Bourgondisch-Habsburgse tijdperk.


Johan Poukens

Johan Poukens werd geboren te Genk op 1 augustus 1984, maar groeide op in Maaseik. Na de middelbare school trok hij naar de Katholieke Universiteit Leuven. Hier studeerde hij in 2006 af als licentiaat geschiedenis met een uitstekende verhandeling over het herbergwezen te Hasselt in de 18de eeuw. Deze verhandeling werd omwille van haar kwaliteit uitgekozen om te worden gepubliceerd in de reeks ‘Maaslandse Monografieën’, maar om budgettaire redenen kon dit plan niet doorgaan. Johan behaalde intussen ook het diploma van de academische lerarenopleiding en een master Archivistiek, erfgoed- en hedendaags documentbeheer aan de interuniversitaire opleiding van de Vrije Universiteit Brussel. Op basis van dit beloftevol curriculum werd Johan assistent aan de opleiding geschiedenis van de KU Leuven waar hij tussen okt. 2007 en okt. 2011 als doctoraatsbursaal werd ingeschakeld in het onderwijs en onder leiding van professor Erik Aerts tevens startte met een onderzoek naar het verbruik van koloniale genotmiddelen in het hertogdom Brabant. Na vier jaar was zijn mandaat van doctoraatsbursaal  afgelopen. Hij werkte nog enkele maanden als vrijwillig medewerker verder aan zijn proefschrift, maar ging tegelijkertijd ook op zoek naar een vaste job. Die vond hij al snel. Hoewel de redactie van zijn proefschrift nog niet afgerond was, verliet hij eind 2011 de toenmalige subfaculteit geschiedenis en werd hij Informatie-Adviseur bij de Erasmushogeschool Brussel waar hij zich met enthousiasme op de uitdaging van een totaal nieuwe job stortte. Omdat zijn doctoraat intussen al flink gevorderd was, volstond vorig jaar een kort deeltijds mandaat van Belspo binnen het Interuniversitair Attractiepool Project “City & Society” om Johan op 30 maart 2017 toe te laten met groot succes zijn doctoraatsthesis te verdedigen. Het is met deze tekst dat hij laureaat werd van de Prijs Pro Civitate.
Vandaag is Johan nog steeds informatie-adviseur bij de Erasmushogeschool Brussel (dienst Bibliotheek- en Archiefbeheer). Als auteur van een aantal artikelen in gezaghebbende internationale tijdschriften en archiefinventarissen, is hij onder meer bestuurslid van de sectie Hogeschoolbibliotheken van de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie en vertegenwoordigt hij de Vlaamse Hogescholenraad in Elektron vzw (een vereniging met als doel de samenwerking inzake elektronische informatiebronnen te bevorderen in het kader van onderwijs, onderzoek, dienstverlening en beleid) en in SA&S (het Samenwerkingsverband  Auteursrecht en Samenleving) . Hij is gehuwd met Sarah en heeft drie kinderen, Charlotte, Achiel en Cyriel. In zijn vrije tijd houdt Johan van fietsen, wandelen en met zijn kinderen naar de dierentuin gaan.


Brecht Dewilde
KU Leuven

Brecht Dewilde (°1982) studeerde geschiedenis en kunstgeschiedenis aan de universiteiten van Leuven en Pisa. Nadien behaalde hij zijn doctoraat aan de KU Leuven met het proefschrift Corporaties en confrerieën in conflict: Leuven 1600-1750. Hierin onderzoekt hij het functioneren van formele netwerken in een periode die doorgaans met economische terugval wordt geassocieerd. Na zijn doctoraat ging hij aan de slag op het IUAP-project P7/26: City and Society in the Low Countries, ca. 1200-ca. 1850 (BELSPO). Sinds februari 2015 is hij vervangend docent aan de Onderzoeksgroep Nieuwe Tijd van de KU Leuven waar hij de vakken Geschiedenis van de Nieuwe Tijd, Geschiedenis van Frankrijk, Geschiedenis van interculturele contacten en Kwantitatieve onderzoeksmethoden voor historici doceert.

Het huidige onderzoek van Brecht Dewilde richt zich op de sociaal-economische en culturele geschiedenis van vroegmoderne secundaire steden. In het bijzonder gaat zijn aandacht uit naar de wijze waarop producenten en kleinhandelaars met crisis en economische veranderingen omgingen. Ook is hij gefascineerd door de opkomst van commerciële cultuur in de achttiende eeuw en de rol die verenigingen zoals rederijkerskamers binnen die evolutie spelen. Onlangs startte hij als co-editor van Memorabilia Lovaniensia een nieuwe reeks publieksboeken over de Leuvense geschiedenis op, waarvan het eerste nummer in september 2016 zal verschijnen (Uitgeverij Peeters). Tot slot maakt hij deel uit van het wetenschappelijk comité ter voorbereiding van de tentoonstelling ‘Kunst in crisistijd: Pourbus en de familie Claeissens in 16de-eeuws Brugge’ (werktitel), dat in 2017 in het Groeningemuseum Brugge plaatsvindt.


Jonas Braekevelt
UGent
Jonas Braekevelt studeerde geschiedenis aan de UGent (2006). Nadien trad hij er in dienst als assistent en wetenschappelijk medewerker, om er in 2013 zijn proefschrift Un prince de justice te verdedigen. Op dit ogenblik is hij postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen. Zijn huidig onderzoek richt zich op het ontstaan van een vorstelijk wetgevend discours in de Nederlanden vanaf de late dertiende eeuw en de veranderende verhoudingen tussen recht, gratie en privileges, met publicaties in onder meer de Revue Historique. Daarnaast bereidt hij ook de publicatie voor van de verordeningen van Filips de Goede voor het graafschap Vlaanderen in de reeks van de Koninklijke Commissie voor de Uitgave der Oude Wetten en Verordeningen van België.