Fondsprijzen

De Fondsprijzen zijn prijzen die voortkomen uit de legaten die aan de Academie werden toevertrouwd.

 

Prijs voor een belangrijk oorspronkelijk werk over faunistiek (bij voorkeur van Afrika), systematiek, ecologie, ethologie of anatomie van de dieren.
Bedrag voor deze prijs: 1250
Deze prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt.
Benny Borremans

Na een opleiding als muzikant en een Bachelor en Master in Biologie behaalde Benny Borremans zijn Doctoraat in de Biologie aan de Universiteit Antwerpen in 2015, onder begeleiding van Prof. Herwig Leirs en Dr. Jonas Reijniers. Voor zijn onderzoek over de verspreiding van infectieziekten in knaagdierpopulaties voerde hij veldwerk uit in Tanzania, in samenwerking met de Sokoine University of Agriculture. Hij combineerde dit veldwerk met laboratoriumwerk in Antwerpen en gebruikte statistische en wiskundige modellen om beter te begrijpen wat de invloed is van populatiedichtheid op de verspreiding van infecties. Zijn expertise heeft hij in 2014 ook kunnen toepassen als WGO consulent tijdens de Ebola uitbraak in Guinée, waar hij deel uitmaakte van een team dat menselijke stalen testte op de aanwezigheid van Ebola virus. Sinds 2016 werkt hij in Los Angeles als postdoctoraal onderzoeker van UCLA en UHasselt, gesteund door een project van de Amerikaanse overheid en een Europese Marie Sklodowska-Curie beurs. Naast zijn onderzoek is Benny muzikant, klimmer, fietser, en wandelaar.

Het doel van mijn doctoraatsonderzoek was om beter te begrijpen hoe de verspreiding van infectieziekten beïnvloed wordt door populatiedichtheid. Over het algemeen wordt verwacht dat een besmettelijke ziekte zich makkelijker en sneller zal kunnen verspreiden in een dichtbevolkt gebied dan in afgelegen kleine populaties. Dit is niet enkel belangrijk voor infecties bij mensen maar ook voor dieren, aangezien veel diersoorten zich seizoenaal voortplanten, waardoor soms zeer sterke periodieke veranderingen in populatiedichtheid ontstaan. Wij onderzochten de verspreiding van Morogoro virus in seizoenaal sterk fluctuerende knaagdierpopulaties in Tanzania. Via een combinatie van experimenten in de natuur en in het laboratorium hebben we kunnen bepalen hoe lang knaagdieren besmettelijk zijn en hoeveel contacten ze met elkaar hebben bij verschillende populatiedichtheden. Deze informatie hebben we dan gebruikt om een wiskundig simulatie model te maken waarin we nagaan wat het belang is van de manier waarop de snelheid van ziekteverspreiding verandert met populatiedichtheid. Een belangrijk resultaat van dit onderzoek is dat de relatie tussen populatiedichtheid en ziekteverspreiding een grote invloed kan hebben op de kans dat een ziekte overleeft in een populatie.

 


Sophie Gryseels
Sophie Gryseels (°1986) wordt bekroond als laureaat van de Schoutedenprijs 2015 voor haar doctoraatsstudie Evolutionaire relaties tussen arenavirussen en hun knaagdiergastheren. Voor dit onderzoek voerde ze veldwerk uit op verschillende plaatsen in Tanzania en Mozambique, en karakteriseerde ze zowel de knaagdieren als de arenavirussen die door hen gedragen werden op genetisch niveau. Ze onderzocht onder andere welke factoren bijdragen aan de ruimtelijke genetische structuren van haar modelgastheersoort, de veeltepelmuis Mastomys natalensis, en bestudeerde ze in hoeverre die structuren de verspreiding van de arenavirussen van de muis kunnen beïnvloeden. Op het einde van haar doctoraat kon ze haar laboratoriumexpertise gebruiken om als WHO consulent mee te helpen met de moleculaire diagnose van het Ebola virus in een veldhospitaal in Guinée.

Sophie Gryseels behaalde haar Master in de Biologie aan de Universiteit Antwerpen in 2009 met de grootste onderscheiding. Haar master thesis, Free-living amoebae as hosts for mycobacteria in relation to Buruli ulcer endemicity, uitgevoerd aan de Universiteit van Accra in Ghana en aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen, handelde over de natuurlijke omgevingsreservoirs van de bacterie die Buruli ulcus bij de mens veroorzaakt in West Afrika. De passie voor de ecologie en evolutie van tropische infectieziekten zette ze voort in haar doctoraatsonderzoek onder begeleiding van Dr. Joëlle Goüy de Bellocq en Prof. dr. Herwig Leirs aan de Universiteit Antwerpen met een beurs van het FWO-Vlaanderen.

Maarten Vanhove

Species flocks and parasite evolution.Towards a co-phylogenetic analysis of monogenean flatworms of cichlids and gobies.

Maarten Vanhove behaalde in 2012 zijn doctoraat aan de KU Leuven, in associatie met het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. Als FWO-aspirant onderzocht hij de diversiteit en de evolutiepatronen binnen “species flocks” van vissen en hun parasieten. Hiervoor werd intensief samengewerkt met buitenlandse partners, waaronder de Masaryk University (Tsjechië) waar hij momenteel post-doctoraal onderzoeker is. Belangrijke elementen in zijn onderzoek zijn moleculaire evolutie en stamboomreconstructie, morfologie, taxonomie, biogeografie, en natuurconservatie, met uitbreidingen naar andere organismen, waaronder diverse invertebratengroepen.


Anne Laudisoit

Diversity, ecology and status of potential hosts and vectors of the plague Bacillus Yersinia pestis

Na haar studies zoölogie reisde Anne Laudisoit rond in Afrika en Zuid-Amerika. Tijdens deze reizen geraakte ze geboeid door parasitologie in al zijn vormen, en ontmoette zij in de Peruviaanse jungle mensen die lijden aan cutane leishmaniasis. Na deze reis haalt ze een tweede master, ditmaal aan de Ulg en te Kinshasa, waar haar onderzoek zich toespitste op de rattenvangst om hun rol in te schatten als een risicofactor voor de volksgezondheid. In deze periode wordt duidelijk dat builenpest nog steeds hoogtij viert in de Democratische Republiek Congo en in andere landen.

Haar doctoraat (ecologie van de pest in Tanzanië) behaalt ze bij professor Herwig Leirs van de UAntwerpen met hulp van een FRIA-beurs. Tijdens haar doctoraat verkent ze ook de plaagfocus van Ituri in de Democratische Republiek Congo, en neemt ze deel aan een aantal conferenties en workshops in het veld.

Op basis van de bevindingen van haar doctoraat besluit ze om de hypothese van de builenpesttransmissie door nematoden en insectenlarven in het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie te testen. In 2010 doceert ze masterstudenten over teken en vlooien en hun rol in de epidemiologie van zoönotische ziektes in Kenia, en neemt ze deel aan twee grote biodiversiteitsexpedities, nl. Congo 2010 en Makay 3. Vandaag werkt ze aan de Universiteit van Liverpool i.s.m. de UAntwerpen over de ecologie van de pest in Kazachstan. Een nieuwe invalshoek is de dynamiek van de pest op een ander continent.


Lies Durnez

The role of rodents and insectivores in the epidemiology of mycobacterial infections in Africa

Het onderzoek dat ze in het kader van dit proefschrift verrichtte, handelde over mycobacteriën in kleine zoogdieren, in het bijzonder over de groep van mycobacteriën die tuberculose veroorzaken bij vee en die lelijke huidzweren veroorzaken bij mensen. Voor haar proefschrift ontwikkelde ze betere detectietechnieken voor alle aan tuberculose verwante microben. Daarmee kon ze aantonen dat de kleine zoogdieren in Afrika géén schuilplaats bieden aan de verwekker van rundertuberculose (Mycobacterium bovis), een ziekte die veel economische schade aanricht en bovendien geregeld ook mensen treft. Evenmin vond ze Mycobacterium ulcerans, de oorzaak van afzichtelijke open Buruli-wonden bij mensen, waartegen nog steeds geen geneesmiddel bestaat. Wel vond ze leden van het Mycobacterium avium-complex, een groep van nauw verwante ondersoorten. Bij mensen veroorzaken die onder andere het Lady Windermere-syndroom, zeg maar chronische longproblemen. Bij herkauwers veroorzaken ze onder andere paratuberculose, een chronische darmontsteking. Lies Durnez vond de ziekteverwekkers niet enkel in de knaagdieren, maar ook in hun uitwerpselen en in hun huidparasieten, wat het alleen maar waarschijnlijker maakt dat de mycobacteriën vanuit de knaagdieren weer op mensen kunnen overspringen.

Met dit onderzoek publiceerde ze artikels in verscheidene internationale wetenschappelijke tijdschriften en kreeg ze begin juni 2010 een doctoraat van de UAntwerpen. Vandaag werkt ze als onderzoekster aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) rond bestrijding van malaria.

Lies Durnez (° 1983) studeerde Biomedische Wetenschappen aan de UAntwerpen. Ze richtte zich reeds tijdens haar masterthesis op de rol van kleine zoogdieren als ziektedragers in Afrika, met een studie over mycobacteriën in knaagdieren in Tanzania. Hiermee studeerde ze af in 2004 met grote onderscheiding. Om dit onderzoek verder te zetten kreeg ze een doctoraatsbeurs van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR-UOS), een organisatie die doctoraatsbeurzen ter beschikking stelt aan personen die onderzoek willen doen over een ontwikkelingsrelevant thema


Tom Geerinckx

Ontogeny and functional morphology of a highly specialized trophic apparatus: case study of neotropical suckermouth armored catfishes (Loricariidae, Siluriformes)

Tom Geerinckx behaalde zijn licentiaatsdiploma Biologie (optie Dierkunde) met grote onderscheiding aan de Universiteit Gent in 2001. Zijn licentiaatsscriptie, die hij uitvoerde aan de UGent en in het Afrikamuseum te Tervuren, leverde twee A1-publicaties op waarin systematische revisies van een groep Afrikaanse meervallen werden voorgesteld. Later leidde dit tot een bijdrage in de eerste editie van een internationaal samengestelde Frans- en Engelstalige fauna van de West-Centraal-Afrikaanse visfauna (uitgegeven door IRD & MNHN Parijs, KMMA Tervuren).

Na het afwerken van een bijkomende studie Master in Marine and Lacustrine Sciences, verkreeg hij een specialisatiebeurs van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT), teneinde aan de UGent een doctoraat te voltooien met als titel Ontogeny and functional morphology of a highly specialized trophic apparatus: a case study of neotropical suckermouth armoured catfishes (Loricariidae, Siluriformes). Hierin toonde hij aan hoe een extreem, afwijkend vertebraat bouwplan, aangepast aan een bijzondere ecologische niche, zich ontwikkelt, en hoe de bijzondere, drastisch omgevormde en deels unieke anatomie ontstaat uit bestaande structuren. De onderzochte Zuid-Amerikaanse meervallen bezitten een opmerkelijk ventraalstandige zuigmond waarmee deze dieren zich kunnen vasthechten in de snelstromende wateren van het Zuid-Amerikaanse continent. Hun uitzonderlijk mobiele boven- en onderkaken zijn getransformeerd tot een efficiënt schraap-apparaat; het voedsel omvat algen en ander vastzittend materiaal. Negen publicaties in wetenschappelijke A1-tijdschriften resulteerden uit dit werk.

Momenteel is Tom Geerinckx werkzaam als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen, en bestudeert hij biomechanica, ecomorfologie en evolutionaire convergentie bij meervallen, met als doel de functioneel-anatomische basis van extreme structurele evolutie te karakteriseren. Hij ontving eerder reeds vier wetenschappelijke onderscheidingen, zowel nationaal als internationaal.


Stijn Devaere

Taxonomy and evolutionary morphology of African catfishes (Clariidae), road to anguilliformity

In 2007 wordt de Schoutedenprijs toegekend aan de heer Stijn Devaere voor zijn doctoraatverhandeling ‘Taxonomy and evolutionary morphology of African catfishes (Clariidae), road to anguilliformity’. In deze studie wordt een classificatie voorgesteld van aalvormige, luchtademende katvissen, alsook de onderlinge verwantschappen tussen de verschillende soorten.

Stijn Devaere (°1977) studeerde biologie aan de Universiteit Gent, waar hij promoveerde tot doctor in 2005. Naast zijn onderzoek naar de taxonomie en evolutie van aalvormige katvissen analyseerde hij tevens de oorsprong van aanpassingen bij parasitaire gewervelden


Hilde Eggermont

Fossil Chironomidae (Insecta, Diptera) as biological indicators for past salinity variation in Afrcan lakes. Taxonomy, quantitative inference models, and assessment of model performance in space and time.

In 2005 wordt de Schoutedenprijs toegekend aan mevrouw Hilde Eggermont voor haar doctoraatsthesis ‘Fossil Chironomidae (Insecta, Diptera) as biological indicators for past salinity variation in African lakes. Taxonomy, quantitative inference models, and assessment of model performance in space and time’. Hilde Eggermont (°1977, Waregem) studeerde biologie aan de Universiteit Gent, waar zij promoveerde tot doctor in 2004. Momenteel is zij postdoctoraal onderzoeker aan het Departement Biologie, onderzoeksgroep Limnologie, van de Gentse universiteit. Hilde Eggermont is gespecialiseerd in de studie en de exploratie van de Afrikaanse kratermeren, specifiek aan de hand van fossiele indicatoren die haar toelaten de paleoclimatologische kenmerken van deze gebieden te beschrijven.


Yves Samyn

Towards an understanding of the shallow-water Holothuroid Fauna (Echinodermata, Holothuroidea) of the Western Indian Ocean

Dit jaar besliste de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) de Schoutedenprijs toe te kennen aan de heer dr. Yves Samyn voor zijn doctoraalproefschrift "Towards an understanding of the shallow-water Holothuroid Fauna (Echinodermata: Holothuroidea) of the Western Indian Ocean". Zijn werk is een diepgaande faunistische studie van de zeekomkommers langsheen de kust van Oost-Afrika. De resultaten vormen een belangrijke basis voor een beter inzicht in de ecologie en zoogeografie van het onderzochte gebied, en voor een mogelijk beter beheer van deze te weinig gekende diergroep.

De heer Yves Samyn (°1972) studeerde af als licentiaat in de Biologische Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Hij behaalde in 1995 zijn Master diploma. Dit jaar (2003) behaalde hij zijn doctoraat in de Biologische Wetenschappen, eveneens aan de VUB, met de grootste onderscheiding


Kurt Jordaens

Genetic diversity, breeding systems and taxonomic implications in two hermaphroditic terrestrial gastropod taxa (Mollusca, Pulmonata)

De Schoutedenprijs 2001 wordt toegekend aan de heer Kurt Jordaens voor zijn dotoraatsproefschrift "Genetic diversity, breeding systems and taxonomic implications in two hermaphroditic terrestrial gastropod taxa (Mollusca, Pulmonata)". Hierin worden twee gastropoden beschreven. Het is een werk van topniveau dat een zorgvuldig uitgevoerd onderzoek omschrijft.

De heer Kurt Jordaens (°1971) studeerde af als licentiaat in de Biologische Wetenschappen aan het Rijksuniversitair Centrum Antwerpen (RUCA). In 1999 behaalde hij zijn doctoraat in de Wetenschappen, eveneens aan het RUCA, voor het werk dat hij indiende voor de Schoutedenprijs 2001. Hij is thans postdocassistent, verbonden aan de dienst Evolutionaire Biologie van het RUCA.


Hans De Wolf

Morphological and genetic population structure in the Macaronesian, planktonic developing periwinkle, Littorina Striata, King & Broderip 1832 (Mollusca, Gastropoda)


P. Verdyck

Differentiation and evolution in two groups of closely related Phyllotreta species (Coleoptera, Chrysomelidae)


H. Segers

Rotifera 2: The Lecanidae (Monogonatha)


Herwig Leirs

Population ecology of Mastomys natalensis (Shmit, 1934) multimammate rats: possible implications for rodent control in Africa


P. De Ley

Morfologisch-systematische studie van nematoden uit Senegal


Ann Huysseune

Morphogenetic aspects of the pharyngeal jaws and neurocranial apophysis in postembryonic Astatotilpia elegans (Trewavas, 1933) (Teleostei, Cichlidae)


J. Van Stalle

Revisie van de Afrikaanse soorten van het tribus Pentastirini


W. Van Neer

Archeologische studie van Matipu (Ijzertijd en Late Steentijd) en Kiantapo in Zaïre (IJzertijd)


M. Louette

The birds of Cameroon


W. De Smet

Inventaris van walvisachtigen (Cetacea) van de Vlaamse kust en de Schelde


M. Morlion

Vergelijkende studie van de pterolysis in enkele Afrikaanse genera van de Ploceidae


Dirk Thys van den Audenaerde

The freshwater Fishes of Fernando Poo.


A. Fain

A review of the Family Epidermoptidae Trouessart. Parasitic on the skin of birds (Acaria, Sarcoptiformes)