In memoriam Vera Vermeersch

In memoriam Vera Vermeersch
Lid van de Klasse Kunsten
Geboren te Heule op 6 februari 1959, overleden op 12 april 2026
Textielkunstenares Vera Vermeersch (°Heule, 1959) overleed na een langdurende ziekte omringd door haar geliefden. Zij werd opgenomen in de KVAB als lid van de Klasse Kunsten in 2013.
Vera Vermeersch studeerde Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde aan de Universiteit Gent (licentiaat 1981). Aansluitend volgde ze hand- en kunstweven aan het Textielinstituut Henri Story in 1981-1983, en een opleiding restauratie wandtapijten aan het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in 1984. Ze was projectleider van het restauratieatelier ‘Huis de Lalaing’ te Oudenaarde tussen 1984 en 1988. Nadien vestigde ze zich als zelfstandig restauratrice van wandtapijten en vanaf 1990 richtte ze samen met haar echtgenoot, ir. Werner Gilson, een atelier op voor handtufttapijten.
In deze innovatieve techniek zette ze composities van andere kunstenaars om in tapijten. Zo werkte ze voor o.a. Maarten van Severen, Tjok Dessauvage, Roger Raveel, Fred Bervoets, Michel Buylen, Jan Vanriet, Johan Tahon, Volker Albus, Pjeroo Roobjee, en Sofie Lachaert, maar ook voor haar eigen familieleden: haar vader José, broer Rik en neven Pieter en Robin Vermeersch.
Ze maakte ook zelfstandig werk, vaak gebaseerd op haar geliefde Noord-Italiaanse landschappen, die ze abstraheerde met een geraffineerde zin voor coloriet. Voor de Stad Gent maakte ze een tapijtenreeks gebaseerd op details van gesatureerde kleurrijke conische en gebroken plooien uit het Lam Gods. Haar werk oversteeg de klassieke scheidingslijn tussen beeldende kunst en kunstnijverheid. Door te variëren in de poolhoogtes van de tufts, kregen haar tapijten een drie-dimensioneel karakter. Een grote tentoonstelling in de Gentse St-Jacobskerk in 2021 benadrukte het sacrale aspect van haar werk.
Een bezoek aan haar atelier met honderden bobijnen wol in de meest diverse tonaliteiten was een feest voor het oog. Vera ging zelf altijd stijlvol, kleurrijk gekleed en had een innemende en zachtaardige persoonlijkheid. Met bijzondere moed en waardigheid droeg ze vele jaren lang een slepende ziekte die haar uiteindelijk fataal werd.
De familie nam in beperkte kring afscheid.