In memoriam Paul Smeyers

In memoriam Paul Smeyers

Klasse Natuurwetenschappen

Erelid van de Klasse van de Natuurwetenschappen.

Geboren te Oudergem op 16 juli 1934, overleden op 14 maart 2026 in Huldenberg.

Paul Smeyers, geboren te Oudergem op 16 juli 1934, studeerde filosofie en theologie aan het Grootseminarie in Mechelen en werd in 1961 licentiaat in de wiskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven. Met een NFWO-beurs trok hij naar de Université de Liège, waar hij in 1966 promoveerde met een proefschrift over ‘Non-radial oscillations and stability of massive stars’. Nadien kwam hij terug naar zijn alma mater, waar hij de verschillende stadia van de academische loopbaan snel doorliep, om vanaf 1973 gewoon hoogleraar te worden. Hij werd lid van de KVAB in 1983.

Paul Smeyers is altijd gekenmerkt door een grote loyauteit tegenover de instellingen die in hem vertrouwen stelden. Toen het aartsbisdom hem vroeg om wiskunde te gaan studeren heeft hij dat gedaan. Toen Professor Van Hoof in hem de juiste man zag om het onderzoek in de sterrenkunde aan de K.U.Leuven (toen nog met puntjes) theoretisch te onderbouwen en hem voorstelde om die basis bij Professor Paul Ledoux in Luik te gaan opdoen, is hij daarop ingegaan. Toen hij in deze Academie werd opgenomen, is hij een uitermate trouw lid geworden. Tegelijk wordt hij ook gekenmerkt door een grote onafhankelijkheid, waarbij hij trouw aan de principes die hij in zijn jeugd had meegekregen met grote daadkracht zijn diverse verantwoordelijkheden heeft opgenomen, in de drie gebieden die een academicus kenmerken, het onderwijs, het onderzoek en de bredere dienstverlening.

Zijn onderzoek over niet-sferisch-symmetrische trillingen van sterren is baanbrekend geweest. In de jaren 60 was dat niet evident, hetgeen Paul Smeyers ertoe aanzette in de inleiding van zijn proefschrift te schrijven ‘Studying non-radial oscillations is however far from devoid of interest’. Die woorden zijn profetisch geweest: vandaag wordt de asteroseismologie, de discipline die het inwendige van sterren nagaat door de trillingen van sterren te bestuderen, gezien als misschien de sterkste diagnostiek om tot dat inwendige door te dringen. Waar ooit niet-radiale trillingen moeilijk waarneembaar waren, blijken ze dat nu zoveel beter, en inderdaad een sleutel tot de geheimen van het sterinwendige.

Bij zijn terugkeer in Leuven werd hem vrij snel een omvangrijke leeropdracht toevertrouwd. Met als enige richtlijn van Professor Van Hoof: “doe al wat u wil, maar niet wat ik heb gedaan”. Zijn colleges waren helder, zijn cursusteksten grondig en uitgebreid. Hij werkte graag de problemen in hun algemeenheid uit, niet om de zaken complexer voor te stellen dan nodig zou zijn, maar juist vanuit het terechte inzicht dat een algemeen begrijpen het zoveel beter mogelijk maakt om tot de kern van de zaak door te dringen. Hij nam de tijd voor het voorbereiden van zijn colleges en was er altijd stipt. Zijn grote zin voor verantwoordelijkheid uitte zich ook gedurende de examenperiodes, een tijd die voor hem heel zwaar was, juist omdat hij ook die maatschappelijke rol zo ernstig nam.

Gedurende lange jaren was hij bij wijze van spreken ‘Vast Secretaris’ van de Belgische sterrenkunde, als secretaris van het Nationaal Comité voor Sterrenkunde, het interuniversitaire derdecyclusonderwijs, en de NFWO Contactgroep, drie organen waarvan hij later Voorzitter werd. Het heeft de sterrenkunde in ons land veel goed gedaan en in het bijzonder bijgedragen tot de ontwikkeling van de discipline in Vlaanderen.  Paul Smeyers was altijd aanspreekbaar voor zijn collega’s, medewerkers en studenten. Eén woensdag per maand reserveerde hij evenwel om trouw de vergadering van de Klasse der Natuurwetenschappen bij te wonen. Ook binnen de Academie heeft hij zijn organisatorische talenten te gepasten tijde aangewend. Hetgeen hem vooral interesseerde, was evenwel het intellectuele debat.