Energie in de Gebouwde Omgeving

Jaargang: 2022
Energie in de gebouwde omgeving
Klasse Technische Wetenschappen

Stuurgroep van het Denkersprogramma Energie

Ronnie Belmans
Tom Coppens
William D'haeseleer
Lars De Laet
Inez Dua
Freddy Dumortier
An Fonteyne
Dirk Fransaer
Hugo Hens
Hilde Heynen
Staf Roels
Willem Salet
Marleen Spiekman
Ivo Van Vaerenbergh
Han Vandevyvere
Stijn Verbeke

Documenten 

Er is op dit moment nog geen rapport beschikbaar.
Indien u op de hoogte wil blijven van dit en andere projecten, schrijf u dan in op onze nieuwsbrief.

Een geïntegreerd beleid voor bijna-energie- en koolstofneutrale gebouwen tegen 2050: uitdagingen voor de bouwsector, ruimtelijke ordening en mobiliteit

Vanuit de Reflectiegroep Energie werd onder leiding van Ivo Van Vaerenbergh, lid van de Klasse Technische Wetenschappen, het initiatief genomen om een Denkerscyclus uit te werken rond de bijna-energie- en koolstofneutraliteit van de gebouwen in 2050, rekening houdend met de transities in ruimtelijke ordening, in mobiliteit en met de rol van de gebouwde omgeving. Het betreft een urgente thematiek die hoog op de politieke agenda staat.

De coördinatie is in handen van Gustaaf Roels, professor bouwfysica en duurzaam bouwen aan de KU Leuven, en Tom Coppens, ingenieur-architect en hoogleraar stedenbouw en ruimtelijke planning aan de UAntwerpen. Daarnaast zijn twee internationale Denkers aangezocht met een complementaire expertise m.n. Marleen Spiekman, Programmamanager/Scientist bij TNO Nederland en Willem Salet, professor emeritus Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening aan de Universiteit van Amsterdam. 

Toelichting bij de thematiek

‘Klimaatneutraliteit' voor het gebouwenpark tegen 2050 is de doelstelling van de Europese Green Deal. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor meer dan een kwart van de uitstoot van broeikasgassen in Europa. Om de klimaatbelofte onder de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen van de Europese Green Deal na te komen, moet de EU ervoor zorgen dat de 250 miljoen bestaande gebouwen en alle nieuwe gebouwen in de EU ‘bijna netto-nul energie en koolstof’ worden. Daarbij gaat het niet enkel om het feitelijke energieverbruik en de feitelijke GWG-emissies gekoppeld aan het gebouwgebruik, maar verdienen ook het gebruik en hergebruik van water, de ingebouwde emissies en de milieu-impact van de gebruikte materialen aandacht in een circulaire economie. Dit alles zorgt voor een directe terugkoppeling naar de aan de bouw gelieerde industrie en de werf-gebonden activiteit. Omdat ondertussen ook de klimaatsverandering is ingezet, zullen we bovendien onze  bestaande gebouwen en wijken ook moeten (her)ontwerpen en aanpassen, om ze leefbaarder en toekomstbestendig te maken, met aandacht voor comfort, luchtkwaliteit, en waterhuishouding, ... En dit allemaal zonder nadelige gevolgen voor het klimaat en met een minimale ecologische voetafdruk.

Doel van de Denkerscyclus

Voor Vlaanderen moeten we niet alleen streven naar bijna energie en koolstof-neutraliteit van de komende nieuwbouw en een versnelde renovatie van de bestaande gebouwen maar daarnaast ook rekening houden met de transities in ruimtelijke ordening en mobiliteit. Verder kan de geplande bouwstop een rol spelen.  Dit denkersprogramma zal inzetten op de interdisciplinaire samenhang tussen deze velden, door op de eerste plaats te focussen op de energetische aspecten, het opschalen van de renovatiegraad om het energieverbruik bij verwarming en koeling te verminderen, maar zal daarnaast ook bredere vragen stellen over duurzaamheid en circulariteit, de ruimtelijke ordening, de mobiliteit en de rol van de gebouwde omgeving. Gezien beide interdisciplinaire velden leek het dan ook aangewezen twee denkers aan te trekken: één voor het aspect energetische renovatie van gebouwen en één voor de link naar de verwachte transities in ruimtelijke ordening, mobiliteit en de gebouwde omgeving. Binnen de klimaatplannen van Europa kan deze Denkerscyclus leiden tot het voorstellen van de nodige beleidsmaatregelen voor een geïntegreerd beleid van energievoorziening en gebouwen tegen 2050. 

Coördinatoren van de Denkerscyclus

Staf Roels

Staf Roels is gewoon hoogleraar Bouwfysica aan de KU Leuven. Hij behaalde een master in Architectural Engineering aan de Universiteit Leuven, waar hij ook zijn doctoraat behaalde in 2000. Hij doceert bouwfysica, bouwconstructie, prestatiegericht ontwerpen en toegepaste bouwfysica. Zijn onderzoek richt zich voornamelijk op vochttransport in poreuze bouwmaterialen en de analyse van het hygrothermisch gedrag en de duurzaamheid van bouwcomponenten. In zijn onderzoek combineert hij vaak verfijnde numerieke technieken met geavanceerde experimentele methoden. Op dit moment heeft Staf Roels een leidende taak in diverse nationale en internationale onderzoeksprojecten op het gebied van warmte-, lucht- en vochttransport in bouwconstructies en op het gebied van integrale bouwprestatiebeoordeling.

Tom Coppens

Tom Coppens is ingenieur-architect en heeft een diploma in de gespecialiseerde Studies Stedenbouw en Ruimtelijke planning (KU Leuven). Hij behaalde een doctoraat in de ingenieurswetenschappen, studiegebied architectuur over protest bij grote projecten. Hij is professor Ruimtelijke Planning aan de Universiteit Antwerpen en voert onderzoek naar de procesmatige kant van stedenbouw en ruimtelijke planning. Dit omvat de besluitvorming en het ontwerp van complexe ruimtelijke projecten, ruimtelijk beleid en het ruimtelijk beleidsinstrumentarium.

Ivo Van Vaerenbergh

Ivo Van Vaerenbergh behaalde een diploma Werktuigbouwkunde en een diploma Milieutechnisch Ingenieur aan de Universiteit Gent en een MBA aan de Universiteit Leuven. Hij begon zijn carrière op het kabinet van de minister-president verantwoordelijk voor de nationale R&D-programma's op het gebied van energie. In 1979 werd hij CEO van een koper- en tinraffinaderij, 100% gebaseerd op gerecycleerde materialen met fabrieken in België, de VS en Spanje. Hij was en is nog steeds actief als voorzitter van de Raad van Bestuur (Belgisch Onderzoekscentrum voor Kernenergie, Vlaamse Milieuholding, Aquafin, Reflectiegroep Energie van de KVAB) en treedt op als referentieaandeelhouder en bestuurder in ondernemingen in de hernieuwbare en digitale energiesector en de sector Internet of Things.

Save-the-date

22 november 2022: Slotsymposium in het Paleis der Academiën, Brussel

 

Denker 
Marleen Spiekman

Drs. Ir. Marleen Spiekman werkt voor de Nederlandse Organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO). Als senior toegepast wetenschapper werkt ze samen met de overheid en het bedrijfsleven aan energie-neutrale gebouwen en wijken. Ze heeft een achtergrond in zowel bouwfysica (Technische Universiteit Delft) als toegepaste psychologie (Universiteit Leiden). Het is haar ambitie om beter presterende gebouwen te maken door deze kennisvelden te combineren: niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk waar comfortabel wonen en werken hand in hand gaan met een hoge energetische kwaliteit. Om haar ambitie waar te maken, werkt ze in multidisciplinaire teams aan innovaties, waarbij ze expertise op het gebied van modellering, monitoring en gebruikersgedrag combineert voor methodologie en productontwikkeling. Ze is een van de hoofdauteurs van de Nederlandse Norm voor de Energieprestatie van gebouwen, en van de internationale ISO-norm over Energiebehoefte voor verwarming en koeling. Tevens is ze lid van de EASAC werkgroep die beleidsadviezen heeft opgesteld voor Europese beleidsmakers over “Decarbonisation of Buildings: for climate, health and jobs”.

Willem Salet

Willem Salet is professor emeritus Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening, bij de afdeling Planning, Geografie en Internationale Ontwikkelingsstudies van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Halverwege de jaren zeventig studeerde Willem Salet af in sociologie en planning aan de Universiteit Utrecht. Van 1980-1995 was hij onderzoeker en projectcoördinator bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In 1995 werd hij benoemd tot hoogleraar stedenbouw aan de UvA. Hier was hij voorzitter van de groep Stedenbouw tot aan zijn pensionering in 2016. Hij was wetenschappelijk directeur van het Amsterdamse studiecentrum voor de Metropoolregio AME (2008-2013). Hij was vice-voorzitter en voorzitter van de Association of European Schools of Planning (AESOP) 2007-2011 en ontving in 2016 het AESOP-erelidmaatschap. 

Als socioloog en stedenbouwkundige is Willem Salet gespecialiseerd in de institutionele aspecten van grootstedelijke ontwikkeling. Instituties worden in sociologische zin opgevat als de patronen van publieke normen en waarden. Hij onderzoekt de culturele, juridische en politieke dimensies van publieke normen en waarden bij het maken van duurzame grootstedelijke ruimtes.