In memoriam Albert Derolez

In memoriam Albert Derolez

Erelid van de Klasse van de Menswetenschappen

Geboren op 8 augustus 1934 in Blankenberge, overleden op 11 juli 2026 in Lochristi

Albert Derolez is geboren op 8 augustus 1934 in Blankenberge. Hij stamt uit een familie van pedagogen en lesgevers. Zijn vader was leraar in het Gentse middelbaar onderwijs. Zijn broer René, wijlen confrater eveneens in de Klasse van de Menswetenschappen, was hoogleraar Engelse taalkunde aan de Universiteit Gent. Albert volgde de Grieks-Latijnse Humaniora aan het Koninklijk Atheneum te Gent van 1946 tot 1952. Hij studeerde Geschiedenis aan de Gentse Rijksuniversiteit van 1952 tot 1956. Voor zijn licentieverhandeling koos hij een onderwerp uit de Gallo-Romeinse archeologie bij prof. Sigfried De Laet, wijlen confrater in onze Academie. Tijdens de legerdienst van confrater Walter Prevenier nam Albert Derolez diens functie als assistent van prof. Egied Strubbe tijdelijk over in 1957-1958. Strubbe onderkende Derolez’ dusdanig opvallend en diepgaand talent voor de paleografie, dat hij hem in 1959 nadrukkelijk aanmoedigde voor een aspirantschap bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, met als invalshoek het verzamelen en uitgeven van de Middeleeuwse boekenlijsten in België. De jarenlange afwerking van dit onderzoek leidde tot het eerste van de vele geprezen publicaties, waarmee Derolez uitgroeide tot een internationale autoriteit in de paleografie en de codicologie : het Corpus Catalogorum Belgii, uitgegeven door onze Academie van 1966 tot 2016.

In de lijn van alle verwachtingen werd Derolez in 1962 benoemd tot bibliothecaris, later tot conservator, aan de Universiteitsbibliotheek Gent, afdeling Handschriften en Kostbare Werken, In 1977 publiceerde hij er de Inventaris van. In deze verzameling stak boven alles het beroemde Liber Floridus uit, het handschrift van de voor en na 1100 in Sint-Omaars ontstane encyclopedie. Over het codicologisch onderzoek van dit autografisch handschrift leidde Derolez een internationaal Liber Floridus-Colloquium in 1967, en hij verzorgde een facsimile- en diplomatische uitgave in 1968. Dit onderzoek leidde ook tot zijn doctoraat dat hij behaalde met de grootste onderscheiding in 1970 bij confrater Raoul Van Caenegem, en dat werd uitgegeven door onze Academie in 1978. In 1979 publiceerde Derolez ook nog een studie over de 60 in de Gentse bibliotheek bewaarde handschriften uit de verzameling van de Gentse abt Raphael de Mercatellis.

Snel volgde een al even ambitieus project over de codicologische kenmerken van 1200 gedateerde handschriften in humanistisch schrift. Het groeide uit, dankzij studiebeurzen voor verblijf in tientallen Europese bibliotheken van 1972 tot 1984, tot een boek, dat tevens met succes in de Gentse universiteit in 1984 werd ingediend als proefschrift voor het behalen van de titel van Geaggregeerde van het Hoger Onderwijs in de Handschriftenkunde. Door dit werk is Derolez de internationale expert bij uitstek voor het humanistisch schrift in Europa geworden, zodat het niemand verbaasde dat hij unaniem verkozen werd tot voorzitter van het Comité International de Paléographie Latine, en van 1995 tot 2005 als organisator van talrijke codicologische congressen optrad.

Ook in eigen land werd zijn expertise hooggeschat. Van 1972 tot 1999 doceerde hij aan de Vrije Universiteit Brussel de cursus ‘Codicologie en Miniatuurkunst’. Van 1982 tot 1999 doceerde hij aan de Université Libre de Bruxelles ‘Latijnse Paleografie’ en ‘Geschiedenis van Boek en Bibliotheek’. Albert Derolez was bijzonder ontgoocheld dat hij, door de aanpassing om budgettaire redenen van de leeftijdsgrens tot 60, in 1994 vroeger dan verwacht en voor hem voorbarig op rust moest gaan in de Universiteitsbibliotheek. Hij werd het jaar voordien benoemd tot lid van onze Academie en werd ruim 10 jaar later verkozen tot bestuurder van de Klasse van de Menswetenschappen. Albert Derolez werd door zijn confraters en consorores hogelijk geliefd en gewaardeerd voor zijn minzaamheid en zijn inlevingsvermogen, en voor zijn talent om complexe ideeën toegankelijk in een prachtige taal te formuleren.

Vermeld moet zeker worden dat Albert Derolez steeds meer en nadrukkelijker op de handen gedragen werd in de Verenigde Staten. In 1985 werd hij visiting professor aan de universiteit van Californië te Berkeley. In 1995 werd hij Fellow van het Institute for Advanced Study te Princeton. Vanaf 1987 tot 2014 gaf hij elk jaar een zomercursus aan de
Rare Book School van Columbia University in New York. In 2007 werd hij consultant voor de rijke handschriftenverzameling on-line bij de Beinecke Library bij Yale University.
In de herfst van zijn leven publiceerde hij zijn wellicht meest indrukwekkende levenswerken. Deze reeks begon in 2003 met The Palaeography of Gothic Manuscript Books, uitgegeven bij Cambridge University Press, een revolutionair nieuwe analyse van het Gothisch schrift door systematischer gebruik van gedateerde handschriften. Zijn grootste liefde bleef echter bij het Liber Floridus. In 2015 vertolkte hij met indrukwekkende diepgang voor een internationaal publiek The Meaning and the Making of the Liber Floridus, gepubliceerd in de reeks Studies in Medieval and Early Renaissance Art History. Voor het publiek dichter bij huis kwam ten slotte het ultieme ‘Liber Floridus. De oudste geïllustreerde encyclopedie (1121)’, feestelijk voorgesteld in zijn eigenste bibliotheek op 31 maart 2025.