Lezingen

  • Gender in de academie

  • Naar een andere Raad van State

  • Nieuwe indicatoren van sociale vooruitgang

  • Brussel een complexe stad: evolutie, problemen, oplossingen en opportuniteiten

    Aloïs Van de Voorde

    Brussel is een kleine grote stad; het is geen wereldstad zoals Londen, Parijs, New York of Tokyo die meer dan 10 mio inwoners hebben.

    Brussel telt slechts 1,1 mio inwoners. Als stad is Brussel zeer divers: met arme wijken (Kuregem, de Marollen, laag-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node), gemengde buurten, maar ook welvarende stadsdelen, zelfs in Molenbeek en Schaarbeek.

    Politiek is Brussel wel een wereldstad, zelfs de tweede na Washington. Brussel is immers de hoofdstad van Europa en huisvest de zetel van de NAVO.

    Als men de evolutie van Brussel bekijkt, laat ons zeggen sinds 1980, dus sinds 30 jaar, komt men tot een aantal vaststellingen, die allemaal problemen meebrengen en dringend vragen om oplossingen.

  • Lentecyclus 2012: De patiënt van morgen, wetenschappelijke aspecten van dementie

    Lezingen van Bart de Strooper en Ann Haekens

    Sessie 3: Donderdag 24 mei 2012, 17.00 uur

    • Thema: de patiënt van morgen, wetenschappelijke aspecten van dementie
    • Voorzitter: Christine Van Broeckhoven, departement Moleculaire Genetica (VIB), UAntwerpen
    • Met bijdragen van:
      • Bart de Strooper, Directeur van het VIB center for the Biology of Disease, co-Directeurvan het Leuvens instituut voor neurodegeneratieve ziekten (LIND) en gewoon Hoogleraaraan de KULeuven
      • Ann Haekens, ouderenpsychiater, Broeders Alexianen Psychiatrische Kliniek, Tienen

  • Lentecyclus 2012: De patient van vandaag, klinische aspecten van dementie

    Lezingen van Peter Paul De Deyn (dagvoorzitter), Rik Vandenberghe en Arfan M. Ikram

    Sessie 2: Donderdag 10 mei 2012, 17.00 uur

    • Thema: de patient van vandaag, klinische aspecten van dementie
    • Voorzitter: Peter De Deyn, dept. Biomedische wetenschappen U. Antwerpen en UniversiteitGroningen
    • Met bijdragen van:
      • Rik Vandenberghe, Laboratorium voor Cognitieve Neurologie, K.U. Leuven, DepartementNeurologie, UZ Leuven
      • Ikram MA, Department Epidemiologie, Erasmus MC Universitair Medisch Centrum, Rotterdam,Nederland.
      • Paneldiscussie: vast panel met voorzitter en sprekers aangevuld met: Evert Thiery (UGent) en JP Bayens (KULeuven)

  • Lentecyclus 2012: Een juridisch-ethische reflectie over de rechten van oudere personen met dementie

    Lezingen van Willeke Dijkhoffz en Baldwin Van Gorp

    Sessie 1: Donderdag 3 mei 2012, 17.00 uur

    • Thema: maatschappelijke , filosofische en ethische aspecten van dementie
    • Voorzitter: Jurn Verschraegen, coordinator Expertisecentrum Dementie Vlaanderenvzw
    • met bijdragen van
      • Inleidend woord en situering dementie / maatschappelijk / dementieplan / overheid/ uitdagingen: Jurn Verschraegen, coördinator Expertisecentrum Dementie Vlaanderenvzw
      • mevrouw Willeke Dijkhoffz, gewezen Nederlandstalige ombudsvrouw patiëntenrechten,werkzaam als Beleidsverantwoordelijke Juridische Zaken en Ethiek GasthuiszustersAntwerpen (GZA) en Company Lawyer (IBJ) - Algemeen Beheer GZA (20 minuten). presentatie
      • prof. dr. Baldwin Van Gorp, Centrum voor Mediacultuur en Communicatietechnologie(OE), faculteit Sociale Wetenschappen, KULeuven (15 minuten). presentatie
      • Paneldiscussie: vast panel met voorzitter en sprekers aangevuld met: De heer Walter Brusselaers,raadgever kabinet Vlaams minister Jo Vandeurzen en mevrouw Carla Molenberghs, directricevan WZC Huis Perrekes in Geel, kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen metdementie

  • Maakt de Euro neurotisch?

  • Kazerne Dossin. Museum, Memoriaal en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten

    Herman Van Goethem

    Tussen 1942 en 1944 fungeerde Kazerne Dossin als de wachtkamer van de dood voor 25484 Joden (bijna de helft van de Joodse bevolking van België) en 351 Zigeuners. Van hieruit vertrokken de 25835 mannen en vrouwen, kinderen en hoogbejaarden, richting Auschwitz-Birkenau. Minder dan vijf procent van de gedeporteerden keerde in 1945 terug.

    Pas in 1995, vijftig jaar na de bevrijding, opende het Joods Museum van Deportatie en Verzet zijn deuren in de Dossinkazerne. Jaarlijks ontving het museum maar liefst 35000 bezoekers. In 2001 vatte de Vlaamse overheid het plan op om van het JMDV een museum met een veel grotere capaciteit te maken. Na een moeilijke doorstart, startten in november 2010 de werken aan het nieuwe museum, dat tegenover de Kazerne Dossin gebouwd wordt. In de Dossinkazerne zelf wordt een Memoriaal ingericht.

    Het Memoriaal dient in de eerste plaats om de deportatie van de 25835 Joden en Zigeuners te herinneren. De slachtoffers krijgen opnieuw een gezicht. Door het doorbreken van de anonimisering wordt ook de ‘restlose Vernichtung’ overstegen; de daders anonimiseerden en ontmenselijkten hun slachtoffers immers in eerste instantie.

    Het Museum benadert de Holocaust vanuit een Belgische invalshoek: het is een Belgische ‘plaats van herinnering’ van een Duits misdrijf, dat door de medewerking van de plaatselijke autoriteiten ook een Belgisch misdrijf was. Het onderwerp wordt in eerste instantie top down benaderd. De mutaties in Europa na 1918 zullen bestudeerd worden, met bijzondere aandacht voor Duitsland en België en de wijzigende opstelling van Belgische overheden en gezagsdragers ten aanzien van Joden. Daarnaast staat ook een bottom up-benadering, waarbij het menselijk gedrag in de historische context van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog geanalyseerd wordt. Daarbij wordt niet enkel het gedrag van de slachtoffers bestudeerd, maar ook dat van de omstanders en daders.

    Ook de mensenrechten zullen geïntegreerd worden in het museum. Kazerne Dossin vertrekt vanuit het historische verhaal van de Jodenvervolging en de Holocaust om te reflecteren over hedendaagse fenomenen van racisme, uitsluiting van bevolkingsgroepen en discriminatie omwille van afkomst, geloof, overtuiging, huidskleur, geslacht en geaardheid. Daarnaast wil Kazerne Dossin ook een analyse maken van groepsgeweld in de samenleving, als opstap naar genocides. Zo opgevat, draagt dit museum fundamenteel bij tot een educatief maatschappelijk project waarin burgerzin, democratische weerbaarheid en de verdediging van individuele basisvrijheden centraal staan.

    Al deze aspecten – de herinnering, de top down- en bottom up-benadering van de geschiedenis van de Jodenvervolging in België en Europa en het verhaal van de mensenrechten – zullen ook grondig en verder uitgewerkt worden in de pedagogische werking van het museum.

  • Nanotechnologie – maatschappelijke en ethische aspecten

    Lentecyclus 2011: Arie Rip

    Nanotechnologie is een paraplu-term waaronder heel verschillende onderzoeksgebieden en technologieën vallen. De zegetocht van 'nanotechnologie' zette in 2000 in, met de instelling van het Amerikaanse National Nanotechnology Initiative. De grote beloftes die gedaan zijn moeten echter nog waar gemaakt worden.

    Er zijn grote verschillen tussen micro/nano-electronica enerzijds, en nieuwe nanomaterialen en nano-gestructureerde oppervlakken, en tenslotte bio-nano, met name nano-medicine. Belangrijk is dat nanotechnologie een "enabling technology" is: het gaat om extra mogelijkheden dank zij nano in een micro-device of systeem. Dat betekent dat maatschappelijke en ethische aspecten niet zomaar toe te schrijven zijn aan de nieuwe nanotechnologie.

    Lab-on-a-chip technieken en body-area sensor networks worden besproken als voorbeelden. Duidelijk is dat er nieuwe rollen en verantwoordelijkheden kunnen komen. Maatschappelijke en ethische aspecten staan dan ook niet los van elkaar.
    Er is aandacht voor maatschappelijke en ethische aspecten, o.a. op aandringen van overheidsorganisaties. De Europese Commissie heeft een Code of Conduct for Responsible Nanocience and -Technology Research geformuleerd. Een onbedoeld neven-effect is dat zo de hype rondom 'nanotechnlogie' in stand gehouden wordt.

  • Nanotechnologie, geen kleinigheid: Nanotechnologie vanuit een chemisch perspectief

    Lentecyclus 2011: David N. Reinhoudt

    Like in microelectronics, the fabrication of nanomaterials and -devices will most likely start with the patterning of surfaces at the nanoscale. Individual nanostructures can be manufactured most easily when confined to a surface.

    Host-guest systems have been developed that make use of supramolecular chemistry in water. Nanopatterning on self-assembled monolayers of beta-cyclodextrine receptors (molecular printboards) can be achieved by supramolecular nano-imprint lithography or DPN nanolithography.
    Using the concept of multivalency, molecules can be anchored permanently or in a dynamic regime. Several examples of the immobilization of biomolecules at such surfaces will be discussed.

    A second way to pattern surfaces uses dynamic covalent chemistry. This methodology has the same advantages as supramolecular patterning, but can easily be combined with irreversible confinement, e.g. by reduction of an imine linker. The patterning of surfaces with proteins that selectively recognize cancer cells will be discussed. In this work it was discovered that under conditions of microcontact printing or dip pen nanolithography, covalent reactions are much faster than from solution. This observation has been used in click chemistry at surfaces and applied for the generation of DNA arrays.

  • Nanotechnologie: zegen of vloek?

    Lentecyclus 2011: Dirk Van Dyck en Peter Hoet

    Dirk Van Dyck (UAntwerpen): 'Nanotechnologie: zegen of vloek?'

    Het lijdt geen twijfel dat nanotechnologie een steeds versnellende (r)evolutie doormaakt.
    In deze lezing willen wij geen exhaustief overzicht geven van de recente ontwikkelingen , maar proberen antwoorden te vinden op de volgende vragen:

    • Is nanotechnologie alleen een kwestie van schaal, of opent het een nieuwe wereld?
    • Is nanotechnologie een tijdelijk fenomeen of een eindpunt?
    • Hoever zit nanotechnologie van de fundamentele limieten?
    • Wat kunnen we verwachten van de toekomst?
    • Wat zijn de voordelen en de risico's?
    • Hoe moeten we omgaan met de risico's?

    Peter Hoet (KULeuven): 'Gezondheidsrisico's van nanomaterialen'

    De toenemende interesse voor nanomaterialen, leidt tot een ware industriële revolutie zowel voor vele technische als biomedische toepassingen in het begin van de 21e eeuw. De snelle toename van verschillende nanomaterialen vormt echter een mogelijk gevaar voor de menselijke gezondheid in beroepsomgeving alsook voor de consumenten en de algemene bevolking. Het is daarom noodzakelijk om wetenschappelijke kennis te ontwikkelen die kan gebruikt worden om veilige producten te ontwikkelen. Deze inspanningen zullen leiden tot een duurzame ontwikkeling van dit groeiende, economisch belangrijk, gebied.

    Kennis over de gezondheidseffecten van nanopartikels kan daarom bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe materialen. Het onderzoek spitst zich toe op verschillende gebieden:

    • In het algemeen neemt men aan dat, om dit op een wetenschappelijk verantwoorde wijze te doen, men de physico-chemische determinanten van de toxiciteit van nanomaterialen zou moeten onderzoeken/kennen. Zodoende kan men veilige materialen ontwerpen.
    • De blootstelling via de long en de veranderingen in de long barrière, de hindernis die stoffen moeten nemen om vanuit de lucht in het bloed terecht te komen, worden ook intensief onderzocht omdat men aanneemt dat dit de potentieel gevaarlijkste blootstellingsroute is.
    • Ten slotte is er momenteel veel onderzoek naar de mogelijke gezondheidseffecten van enkele specifieke producten zoals o.a. koolstofbuisjes (carbon nanotubes). Deze nanomaterialen hebben een specifieke vorm en worden beschouwd als één van de belangrijkste materialen die nu reeds op de markt zijn.
    Sinds enkele jaren is nanotoxicologie een reële tak van de toxicologie en recent is er, voornamelijk in het buitenland, veel interesse en druk om de mogelijke gevaren van nanomaterialen in kaart te brengen.

  • De Zweedstalige minderheid in Finland

  • Taal en Gemeenschap

    Lentecyclus 2009: Wannie Carstens, Luc Van Haute, Linde Van den Bosch

    De heer Wannie Carstens (Skool vir Tale, Noordwes-Universiteit, Potchefstroom, Suid-Afrika): 'Taalpolitiek in SA: die rol van Afrikaans'
    Luc Van Haute (VP Business Development, Telelingua): 'Orchestrating Languages'
    Linde Van den Bosch (Nederlandse Taalunie): 'Nederlands in de wereld'

  • India

    CEC: Jan Van Alphen, Prof. Dr. Balagangadhara Rao, Prof. Dr. Jackie Van Goethem, Luc De Proost

    De heer Jan Van Alphen (Scientific and Curatorial Director in Bozar): 'Prototypes van de Indische beeldhouwkunst'
    Professor Balu (Directeur onderzoekscentrum Vergelijkende Cultuurwetenschappen UGent): 'Leiden alle wegen naar Rome? Indische spiritualiteit in een contrastbeeld'
    Professor Jacques Van Goethem (Eredepartementshoofd bij het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen): 'De biologische diversiteit van India'
    De heer Luc De Proost (Vice President Business Development bij Hansen Transmissions): 'De Indische economie: een praktijkvoorbeeld'

  • Crisis in Globalistan

    Prof. dr. Mark Eyskens

    Na afloop van de algemene vergadering van VLAST op 9 april in het Paleis der Academiën heeft prof. Mark Eyskens, voorzitter van VLAST, tijdens een lezing met als titel ‘De Crisis in Globalistan’ een haarscherpe analyse gemaakt van de economische en financiële crisis die momenteel ons werelddorp op zijn grondvesten doet daveren.

  • Moleculaire genetica en functioneel onderzoek van mutaties in genen geassocieerd met erfelijke motorische zenuwaandoeningen

    Dr. Joy Irobi-Devolder

    Mevrouw Joy Irobi-Devolder is afkomstig uit Nigeria, waar ze in 1995 afstudeerde als licentiate in de Farmacologie en Fysiologie aan de Universiteit van Nsukka, Nigeria. Kort daarna vertrok ze naar België om te gaan studeren aan de Vrije Universiteit Brussel. Eind 1997 werd haar een Dehousse beurs toegewezen door de Universiteit Antwerpen. Dit leidde in 2002 tot het behalen van haar doctoraat in de Wetenschappen.

    Het onderzoek van mevrouw Irobi-Devolder spitst zich toe op het identificeren van genen die instaan voor erfelijke aandoeningen van het perifeer zenuwstelsel. Het perifeer zenuwstelsel omvat de zenuwbanen die de hersenen en het ruggenmerg verbinden met de rest van het lichaam. Eén op 2500 mensen heeft te maken met een erfelijke aandoening in het perifeer zenuwstelsel. De bekendste vorm is de ziekte van Charcot-Marie-Tooth (CMT), die gekenmerkt wordt door ernstige spierafwijkingen in handen en voeten, en dit reeds op jonge leeftijd.

    Na vijf jaar intensief onderzoek slaagde mevrouw Irobi-Devolder er in het juiste gendefect te lokaliseren voor de motorische variant van CMT. Deze zeer belangrijke ontdekking zal aanleiding geven tot een beter inzicht in het ziekteproces, wat essentieel is voor de ontwikkeling van een therapie die tot op heden louter ondersteunend is.

  • Google's eigenvector. The secret of PageRank

    Adhemar Bultheel

    We geven een inleiding op de werking van Google's PageRank. Die bepaalt een rangorde van belangrijkheid van web-pagina's zodat deze kunnen gerangschikt worden. Deze PageRank is een eigenvector van een enorm grote Google matrix die overeenstemt met de dominante eigenwaarde 1. De Google matrix is een stochastistische matrix die de link-struktuur van het web bevat en eventeel ook de persoonlijke voorkeur van de surfer. Deze vector berekenen voor een matrix met afmeting van bijna tien miljard rijen en kolommen is een numerieke en computationele uitdaging.

  • De toekomst van genetische gewijzigde gewassen in Europa en de wereld

    Prof. dr. Dirk Inzé

    Prof. Dr. Dirk Inzé studeerde moleculaire genetica aan de Universiteit Gent bij prof. Jeff Schell en prof. Marc Van Montagu, die beide aan de basis lagen van de technologie van gentransformatie van planten. Daaruit ontwikkelde zich de “gen engineering”, de methode waarbij genen ingebracht worden in planten, o.m. met het uiteindelijke doel opbrengstverliezen in de landbouw door ziekte, droogte of extreme temperaturen te voorkomen. Dit is van zeer groot belang bij economisch belangrijke gewassen. Het is op dit terrein, meer bepaald dat van de gen clonering, dat Dr. Inzé wereldfaam heeft verworven. In het bijzonder startte hij fundamenteel onderzoek naar oxidatieve stress bij planten, en hij ontdekte dat de belangrijkste oorzaak van opbrengstverliezen te wijten zijn aan biotische en abiotische stress. Hij ontdekte ook verschillende nieuwe superoxide dismutases, die aan de basis liggen van de bescherming van de cellen. Dit liet hem toe tabaksplanten te construeren, die konden weerstaan aan stress geïnduceerd door en te hoge lichtintensiteit en UV-straling.

    Rond 1990 startte Dirk Inzé een volledig nieuw project, met name de studie van de regulatie van de celcyclus bij planten. Dit onderzoeksterrein was eigenlijk volkomen nieuw, zodat het zonder meer kan gesteld worden dat hij daar waar pionierswerk heeft verricht met spectaculaire resultaten. Hij besefte als geen ander dat baanbrekend fundamenteel onderzoek vaak economisch niet gevaloriseerd wordt als er geen toepassingen uit voortvloeien. Precies daar hielp hij ook bij het opstarten van het bedrijf CropDesign, dat op basis van zijn onderzoek over de celcyclus, erin slaagde rijstplanten te ontwikkelen met een hoge opbrengst.

    De waarde van Inzé’s onderzoek kan nog best aangetoond worden met zijn topclassificatie in de “Plant Science Citation Index”, waarin hij al meerdere jaren een van de meest geciteerde auteurs is. Momenteel is hij directeur van de vakgroep Planten Systeem Biologie van het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie, gevestigd aan de Universiteit Gent. In 2005 werd hij bekroond als laureaat van de Francquiprijs 2005 en momenteel bekleedt hij de Francqui-leerstoel aan de Universiteit Antwerpen.

  • Genzyme in Belgium and the world

    Dr. ir. Erik Tambuyzer

    Erik Tambuyzer is Genzyme’s Senior Vice President Corporate Affairs for Europe and International, and a member of the European Management Board of Genzyme Corporation. Starting his professional career at Baxter Healthcare (Baxter-Travenol in Europe) in 1977, he pursued his career six years later at Innovi NV (Brussels, Belgium), a technology management and consultancy company. In 1985 he made the business plan and co-founded the healthcare biotech company Innogenetics NV (Ghent, Belgium), of which he has been General Manager till 1992, at which time he joined Genzyme.

  • Climate Change: deadlocks and perspectives – the IPCC latest assessment

    Prof. dr. Jean-Pascal van Ypersele

    Climate change due to human activities is happening now. The massive combustion of fossil fuels since the industrial revolution increased the atmospheric concentration of carbon dioxide, the main anthropogenic greenhouse gas, by 35% between 1750 and 2005. The additional infrared heat trapping due to this change in atmospheric composition will inevitably continue to increase the average global surface air temperature and modify the Earth’s climate. In its fourth Assessment Report (AR4, 2007), the Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) Working Group I reports that in the absence of climate protection policies, continued emissions are likely to increase this global temperature by 1.6 to 6.9°C between the pre-industrial period and 2100, depending on which scenario and model is used. Such rates of global climate change are much more rapid and very unusual in the context of changes over the past two million years. Besides changes in the average climate, the probability of occurrence of heat waves (virtually certain), heavy precipitation events (very likely), intense tropical cyclones (likely), and extreme high sea level (likely) is due to increase in a warming climate.

  • Interlevensbeschouwelijk colloquium: Naar een dialoog tussen religies en levensbeschouwingen

  • Simon Stevin, meer dan alleen een wiskundige

  • Solutions for the long-term management of radioactive waste in Belgium

    De Preter Peter (ONDRAF/NIRAS, Belgium)

    Peter De Preter is a bio-engineer from the Catholic University of Leuven (1985). In 1990 he obtained a PhD in bio-engineering (research field colloidal chemistry) at the same university. In 1990 he joined ONDRAF/NIRAS, the Belgian Agency for the Radioactive Waste and Enriched Fissile Material. At the moment he is responsible at ONDRAF/NIRAS for the safety strategy of radioactive waste management in general and of radioactive waste disposal in particular, as well as for environmental protection aspects of waste management and disposal. He is also responsible for all the interactions with the safety and environmental protection authorities, both at the national and international level.

  • Egypte en de Out of Africa 2

    Prof. dr. Pierre Vermeersch. Departement geografie-geologie, Katholieke Universiteit Leuven.

    De moderne mens (Homo sapiens) is in Afrika ontstaan omstreeks 150000 jaar geleden. In Europa verschijnt hij omstreeks 40000 jaar geleden. Om de weg “Out of Africa 2” te kennen worden verschillende benaderingen gebruikt: paleoantropologie, DNA-onderzoek, klimaat, quartaire landschapsevolutie, prehistorie. Daarbij stelt zich het probleem van dateren: 14C, TL, OSL, Th/U en ESR. Het onderzoek van het Belgian Middle Egypt Prehistoric Project of Leuven University kan een aantal elementen aanleveren die kunnen verduidelijken of de migratie “Out of Africa 2” plaats vond via de Nijlvallei of via de Bab El Mandab (Ethiopië - Yemen).

  • Kunst, voor wie, voor wat?

    Lentecyclus 2007: Frans Boenders

    Er was een tijd dat kunstenaars overal in Europa geestdriftig de Franse Revolutie omarmden en eerden met schilderwerk, grafiek, muziek en poëzie. Later namen andere artiesten en schrijvers deel aan de Parijse Commune van 1861 en aan de Münchener Räterepublik van 1918. In Duitsland bracht het debacle van de Tweede Wereldoorlog de heftige zelfkritiek van de Gruppe 47 op gang en de Landessprache en Blindenschrift van Hans Magnus Enzensberger. In Frankrijk zong Boris Vian de president toe dat de staat kon fluiten naar zijn opgeëiste inzet in het leger. Dichterbij in tijd en ruimte ontstond er een opera die het Cubaanse regime van Castro verheerlijkte. Terwijl Philippe Sollers en zijn telquellisten jubelend terugkeerden uit bloedrood China, waar de zogenaamde Culturele Revolutie een zogenaamd nieuwe mens lanceerde. Met zijn teder anarchisme verzette Louis Paul Boon zich tegen uitbuiting en harteloosheid, terwijl Bob Dylan de hypocrisie van de burger hekelde en John Lee Hooker zong dat hij het verdomde om in Vietnam mensen te gaan doden. Fluxus ging heel ver in zijn bijna mystieke, bloederige rituelen van angst en pijn. Het bewustzijnstheater van de Internationale Nieuwe Scène,Tone Brulin en Walter Tillemans markeerde de publiekskunsten. In de beeldende kunst begon de Zero-beweging met een schone lei, Provo herontdekte het anarchisme van Bakoenin en Kropotkin en hield speelse happenings, Peter Handke deed aan Publikumsbeschimpfung, zanger Biermann beleefde zijn Ausbürgerung. Ondertussen hadden de films van Godard en later Ken Loach een maatschappelijke explosie teweeggebracht, zetten De grote schaamlippen van Daniël Robberechts ons aan het denken en gispte Georges Adé de Vlaamse intellectueel met tirades Uit het dagboek van een japneus. Nog geen tien jaar geleden plantte wijlen Rik Poot vermanend zijn Vuist op een rotonde in Vilvoorde. Berusten de idealen en artistieke handelingen om de wereld te veranderen op een hardnekkige illusie? Vinden we, mét de voormalig dissidente DDR-schrijver Hans Noll, dat alles vandaag, ‘das lächerliche Pathos alter Schwärmer’ (1990) is? Onder de plaveien en klinkers van ’68 lag helaas niet het aangekondigde strand, wél aangestampte, gelijkgemaakte aarde die spoedig en voorgoed onder een technologisch strakkere laag Gleichschaltung zou verdwijnen. Ach, tenslotte is nooit één enkele dictator, één perfide ideologie of staat, één genocide, één valse wetenschappelijke theorie, één verderfelijke technologische toepassing afgewend, laat staan verdwenen dankzij enige geëngageerde kunst. Waarom zich nog het hoofd breken als kunst niet bij machte blijkt onze ethiek te verheffen? Precies zestig jaar geleden verscheen in Parijs Jean-Paul Sartres Qu’est ce que la littérature?. De filosoofschrijver bepleitte in zijn essay de dienstbaarheid van de literatuur in de strijd tegen mauvaise foi, tegen cynisme (dat Peter Sloterdijk in 1993 zou definiëren als ‘erklärtes falsches Bewusstsein’), en tegen inauthenticiteit. Als we ‘literatuur’ verruimen tot ‘kunst’ betekent Sartres notoire oproep dat kunst niet alleen de zinnen behaagt en – misschien – reikt naar het verhevene, maar ook iets kan bewerkstelligen. Kunst als daad. Of het gaat om componeren, dichten, romans en essays schrijven, statische dan wel bewegende beelden maken, spelen of dansen en zingen voor een publiek: kunst maken is een specifieke vorm van zowel hooggewaardeerd als veelgekritiseerd menselijk handelen. Zulke daden esthetiseren niet alleen de wereld, ze veranderen haar ook. Zo bekeken is kunst altijd ‘dans le coup’. Of de kunstenaar mooie leugens schept dan wel de waarheid op de hielen zit – zij of hij ontsnapt niet aan de consequenties van haar of zijn noodzakelijke vrijheid. Engagement is een term die dateert van voor het postmodernisme, van voor de jaren der uitdovende ideologieën. Veertig jaar na de jaren zestig ligt hij pijnlijk onvertrouwd in de mond. Het heeft er alle schijn van dat kunst vandaag vooral autonoom wil zijn en blijven, en wil scheiden van wetenschap, politiek en moraal. Ze bedankt ervoor om verder platverklaard te worden door humanisten, filosofen, sociologen, psychologen, psychoanalytici en semiotici. Kunst, menen velen, bezit in en uit zichzelf iets dat, los van welk extra-artistiek engagement ook, haar beoefenaren en hartstochtelijke bewonderaars engageert en hen voor haar doet engageren. Maar nu de kunsten zich hebben ontworsteld aan de greep van religie, filosofie en concept rijst de vraag of ze ondertussen niet in de handen zijn gevallen van marketeers, evenementenondernemers, curatoren, uitgeverijmagnaten, parlementen (poëten in het parlement!), commissies, mediamanipulatoren, cultuurfunctionarissen. Vandaag lijkt iedereen kunst te willen. Maar de vraag blijft: kunst voor wie, voor wat?

  • Biogeografie en biodiversiteit van de zee: Integratie van ecologische en evolutionaire patronen en processen

  • De toekomst van de Elektronenmicroscopie in de nanowetenschappen

  • Reologie en structuur: van het moleculaire tot het macroscopische

  • BASF in Antwerpen

  • What is role of non-coding DNA that constitutes more than 95% of the human genome?

  • Wanneer ethiek thuis komt. Theologisch denken over gezinnen vandaag

    Dr. Annemie Dillen

    Op 22 november 2006 overhandigde de Raad van Bestuur van het Frans Van Cauwelaert-fonds de jaarlijkse prijs aan Dr. Annemie Dillen, die op de ceremonie een lezing hield over: “Wanneer ethiek thuis komt. Theologisch denken over gezinnen vandaag.”. Dr. Annemie Dillen, verbonden aan het Centrum voor Vredesethiek van de K.U.Leuven, stelde zich kandidaat voor de Frans Van Cauwelaertprijs 2006 met haar doctoraatsstudie ‘Het gezin: à-Dieu? Naar een contextuele ethiek, theologie en (gods-)dienstpedagogiek van gezinnen vandaag’ Het gezin wordt, zeker vanuit de christelijke ethiek, nog altijd naar voren geschoven als een vorm van perfectie. Annemie Dillen pleit voor een andere visie op het gezin. Enerzijds moet de gezinsethiek af van de perfectie als streefdoel, zodat ze oog en begrip kan hebben voor conflicten. Ouderschap hoeft niet perfect te zijn, als het maar goed genoeg is. Dat laat ouders toe om toch nog positief te handelen in moeilijke omstandigheden. Anderzijds moet de wisselwerking tussen gezin en maatschappij zo hoog mogelijk zijn. Sociaal isolement kan een grote bedreiging vormen voor het gezinsleven. Dillen wijst ook op het belang van het gezin als mini-democratie en als morele leerschool. Ouders die met maatschappelijke waarden willen meegeven zoals gelijkheid en rechtvaardigheid, moeten die thuis consequent zelf toepassen, ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de kinderen.

  • Biologische diversiteit in Zuid-Amerika

    Dr. Jackie Van Goethem

    Op woensdag 25 oktober 2006 gaf Dr. Jackie Van Goethem, hoofd van het departement “Ongewervelden” van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en hoofd van het Belgisch Nationaal Knooppunt voor de opvolging van het Verdrag inzake biologische diversiteit een zeer interessante lezing over dit actuele wetenschappelijke onderwerp, met toepassingen en gegevens uit Zuid-Amerika. De lezing vond plaats binnen de activiteiten van het Centrum voor Europese Cultuur en werd begeleid met een knap gemaakte powerpointpresentatie. De heer Van Goethem bezorgde ons nu reeds de tekst van zijn lezing die we hierbij publiceren.

  • De Toekomst van de Staalindustrie

    Prof. dr. ir. Jef Roos. Dept. Metaalkunde en Toegepaste Materiaalkunde KULeuven.

    Staal is een verzamelnaam voor een heel brede waaier van materialen die gebaseerd zijn op legeringen van ijzer met koolstof (koolstofstalen) of met chroom (roestvaste stalen). De ontwikkeling van het materiaal zelf en de innovatieve toepassing van staal in consumptie- en investeringsgoederen van allerlei aard lopen continu verder, wat zich vandaag heel duidelijk manifesteert in de transport- en bouwsector. De staalindustrie is een globale industrie met vaak een grote lokale impact. Onze staalbedrijven staan technologisch en ecologisch aan de wereldtop en kunnen zich daar – ondanks de relatieve verschuiving van de staalindustrie naar grondstoffenregio’s en naar groeimarkten – mits volgehouden alertheid ook de komende decennia handhaven. Een aantal belangrijke tendensen zullen evenwel ook voor de staalindustrie in Europa, en meer specifiek in Vlaanderen, niet zonder gevolgen blijven.

  • The issue of firm Energy Provision

    Prof. dr. William D'haeseleer. University of Leuven Energy Institute.

    The issue of guaranteeing a "solid" energy provision will become one of the biggest challenges of the 21-st century. Simple "solutions" do not exist, because there are numerous opposite desires, requirements and boundary conditions.

  • CAETS Council Meeting

  • The role of Hydrogen in Future Energy. The Hydrogen Economy, Clean Energy for this Century.

    CAETS symposium 1 june 2006. Prof. Achiel Van Cauwenberghe, President

    To improve the quality of life it is essential to have access to cheap and clean energy and to make good and efficient use of it. Particularly, the impact on the environment should be carefully considered. It should be clear that hydrogen is not a primary energy source but an energy carrier, like electricity. However, hydrogen allows for a more flexible match of energy supply and market demand. Production, distribution and utilization will be discussed. A road map to future applications will be laid out. The key question is how hydrogen can help to provide a sustainable supply of clean energy for the future. Experts from Europe, North America and Asia will present their views to our common benefit.

  • Een overzicht van de invloed van de technologische ontwikkelingen op de muziek van ca. 1930 tot nu

  • Expo 2005 Aichi: België en de Wereldtentoonstellingen

    Commssariaat-Generaal van de Belgische regering voor Expo 2005 Aichi

  • Microbiële mengculturen en hun management

    Prof. dr. ir. Willy Verstraete

    Prof. Dr. ir. W. Verstraete is voorzitter van het Laboratorium voor Microbiële Ecologie en Technologie (LabMET) aan de Gentse Universiteit. Op Labmet worden biotechnologische processen gebaseerd op microbiële mengculturen bestudeerd.

  • Lentecyclus: Kunst en Wetenschap, algemeen gedeelte o.l.v. prof. dr. J. Van Landuyt

    Prof. dr. S. Van Tendeloo en S. Jacobs

    Een wetenschapper gebruikt zijn zintuigen om de dingen om hem heen te bestuderen en (proberen) te verklaren. Een kunstenaar gebruikt zijn zintuigen om de dingen om hem heen te (her)interpreteren of zijn eigen versie ervan te creëren.

  • Recht op sociale zekerheid

    Prof dr. J. Van Langendonck et al.

    Wat betekent “recht op sociale zekerheid” vandaag. Enkel een gewaarborgd inkomen of ook gezondheidszorg, sociale huisvesting,… Is er mogelijkheid tot een vorm van universeel recht op sociale zekerheid dat compatibel is met de grote verscheidenheid aan economische ontwikkelingsstadia en de culturele verschillen in de wereld? Zijn er verschillende modellen? Heeft de internationale gemeenschap de plicht arme regio’s te helpen?

  • Telewerk

  • Hoe groeien planten?

    Prof. dr. Dirk Inzé

    Prof. Dr. Dirk Inzé (°1957, Hamme) is hij directeur van de vakgroep Planten Systeem Biologie van het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie, gevestigd aan de Universiteit Gent. In 2005 werd hij bekroond als laureaat van de Francquiprijs 2005 en momenteel bekleedt hij de Francqui-leerstoel aan de Universiteit Antwerpen. Hij hielp ook bij het opstarten van het bedrijf CropDesign, dat op basis van zijn onderzoek over de celcyclus, erin slaagde rijstplanten te ontwikkelen met een hoge opbrengst.

  • Nanowetenschap en Nanotechnologie

    Prof. Em. Y. Bruynseraede en Prof. Em. F. De Schryver

    De folder "Spelen met atomen. Nanotechnologie wordt volwassen" uitgegeven door het driemaandelijks populair-wetenschappelijk tijdschrift Mens is verkrijgbaar op het secretariaat van de Academie (zolang de voorraad strekt).