Prijs van de Vlaamse Minister voor Wetenschapsbeleid

De Academie overhandigt om de drie jaar de Prijs van de Vlaamse minister voor Wetenschapsbeleid aan een persoon, groep of organisatie die op welke wijze ook een belangrijke bijdrage heeft geleverd tot de vulgarisatie van de wetenschap.

De Academie beslist zelf wie ze voordraagt (men kan zich niet kandidaat stellen voor deze onderscheiding).

Bedrag voor deze prijs: 7500
Deze prijs wordt driejaarlijks uitgereikt.
Kazerne Dossin

De Prijs van de Vlaamse minister voor Wetenschapsbeleid wordt uitgereikt aan Kazerne Dossin in Mechelen, een vernieuwend project binnen het Belgische en het Vlaamse museumlandschap. De prijs werd overhandigd in naam van minister Philippe Muyters tijdens de academische zitting in het Paleis der Academiën te Brussel op zaterdag 10 december.

Deze prijs wordt om de drie jaar uitgereikt aan personen of organisaties die erin geslaagd zijn om op bijzondere wijze wetenschap binnen het bereik te brengen van het algemeen publiek. “Het museum heeft al vele tienduizenden bezoekers geconfronteerd met de gebeurtenissen uit de oorlogsperiode in België,” aldus minister Muyters. Met de toekenning van deze prijs wil de Academie ook de onmiskenbare maatschappelijke impact van de Kazerne Dossin onderstrepen: “De gitzwarte bladzijden van ’40-’45 vormen het vertrekpunt voor een veel ruimer verhaal over mensenrechten, discriminatie en massageweld op vele andere tijdstippen en plaatsen in de wereld. De bezoeker leert daardoor niet alleen iets over vroeger maar ook over vandaag en morgen en bovenal over zichzelf.”
De prijs is ook een waardering voor de verantwoorde wetenschappelijke onderbouw van de collectie en de bijzondere vormgeving van het museum en de architectuur van bOb Van Reeth.
Algemeen Directeur Christophe Busch: “Deze prijs is niet alleen een erkenning, maar bovenal een enorme stimulans om onze inzichten en werk omtrent cumulatieve radicaliseringsprocessen toen en vandaag verder te verdiepen en uit te dragen. Kazerne Dossin wil blijvend inzetten om lessen te trekken uit de conflicten van het verleden voor de maatschappelijke uitdagingen in het heden. ”

Kazerne Dossin vierde vorige week haar vierjarig bestaan. Het museum vertrekt vanuit het historische verhaal van Jodenvervolging in ons land. Niet de memorabilia staan centraal maar vooral de morele en de menselijke waarden waarmee de bezoeker wordt aangesproken in zijn eigen geweten.


RVO-Society

Wetenschapscommunicatie eren: al een dik decennium een focus van de Academie

Achtereenvolgens werd de prijs uitgereikt aan EOS-Magazine (2000), het Canvas-programma Overleven (2003), Technopolis (2006) en Universiteit Vrije Tijd van het Davidsfonds (het huidige Davidsfonds Academie) (2009). Totnogtoe werden alleen maar instellingen bekroond met deze prijs, hoewel het ook mogelijk is dat personen hem overhandigd krijgen. Sinds vorig jaar organiseert de Academie trouwens ook de Onderscheiding Wetenschapscommunicatie, die specifiek wetenschappers wil bekronen die niettegenstaande hun drukke agenda toch nog de tijd vinden om kwaliteitsvolle projecten te ontplooien.

RVO-society: jongeren enthousiasmeren voor wetenschap(pen)

De RVO-Society past perfect in het rijtje van de vorige laureaten van de prijs. Net als Technopolis en Davidsfonds Academie gaat ook de RVO-Society verder dan louter kennisoverdracht: ze interageren elk op hun eigen manier met hun doelpubliek, gaan voluit in op hun vragen en dragen zo bij tot het publieke bewustzijn van wetenschap. Het Fingerspitzengefühl voor techniek en wetenschappen overbrengen op jongeren van 5 tot 25 jaar is de kerntaak van de RVO-Society. Een mooi neveneffect van de jongeren zélf de activiteiten en experimenten te laten doen, is hen motiveren voor studies in wetenschap en technologie.

RVO-Society: nobele en eenvoudige doelstelling, gedegen ingevuld

Na een rondvraag in de verschillende Klassen, kiest de Academie zelf de laureaat van de prijs. Wat opvallend aan de RVO-Society werd bevonden, is hoe ze uitgaande van een vrij eenvoudige basisopdracht een zeer brede set van activiteiten heeft uitgebouwd. Jongeren worden zowel binnen als buiten het onderwijs betrokken in ervaringsgerichte activiteiten. Binnen het onderwijs gaat de aandacht naar de hele kleuter-, basis-, middelbare en hogere schoolomgeving. De projecten zijn ingedeeld voor de school (de directie, coördinatoren,…), voor de leerkracht en voor de leerling. Leerkrachten, ICT-cöordinatoren, begeleiders, lerarenopleiding… worden geïnstrueerd en gecoacht over de projecten van de RVO-Society. De projecten zijn altijd attractief opgesteld en dragen namen als ‘Robbie de Robot’, ‘Chip!Chip!Chip!Hoera’, ‘Op weg met elektron’,… Ervaringen uit het dagelijkse leven worden op een wetenschappelijke manier inzichtelijk gemaakt (‘gecontextualiseerd’). Naast workshops waar de leerlingen op bezoek komen worden er ook materiaalkoffers gemaakt en kunnen de leraars navormingen krijgen.

Betrekking bedrijfsleven

Buiten het onderwijs worden de laatste tijd ook meer en meer rechtstreekse activiteiten ontplooid waaronder het zomerkamp ‘Ingenieur op je 13e’ en ‘de techniekbende’. Aan de andere kant wordt ook het technische en wetenschappelijke middenveld betrokken: na 10 jaar ervaring in het educatief vertalen van de nieuwste technologieën is RVO-Society voor veel bedrijven een educatieve partner geworden. RVO-Society slaat bruggen tussen innovatie en onderwijs en heeft een groeiende aandacht voor de sociale inbedding van de ingenieur (i.s.m. diverse partners zoals Cera) en voor coöperatief ondernemen, als stichtende vennoot in CORE cvba-so, samen met. onder andere Ecopower. Deze integrerende aanpak oefende veel aantrekkingskracht uit op de Academie. Tenslotte wil de Academie ook aandacht hebben voor de recente keuze van de RVO-Society om in haar werking te focussen op een grote en urgente maatschappelijke uitdaging, de opwarming van het klimaat. Hiervoor ontwikkelt ze educatieve pakketten en opleidingen die het begrip energie bevattelijk en ervaringsgericht overbrengen.

Naar de geest en passie van Roger Van Overstraeten

De RVO-Society werd opgericht volgens de ideeën van Roger Van Overstraeten, de stichter en eerste algemeen directeur van imec, die ook lid van de Academie was. Na zijn overlijden ging in 2000 de RVO-Society van start, ondersteund door imec, de Vlaamse universiteiten en een aantal bedrijven. Haar hoofdpartners zijn de Vlaamse overheid, imec, Agoria en Cera.


Davidsfonds
De bestuurscommissie van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten heeft beslist om de driejaarlijkse prijs van de minister voor Wetenschapsbeleid toe te kennen aan de Universiteit voor de Vrije Tijd (UVT) van het Davidsfonds. De prijs bekroont een persoon of organisatie die de voorbije jaar het treffendst heeft bijgedragen tot de popularisering van de wetenschap. De keuze viel op de Universiteit Vrije Tijd omwille van de kwaliteit van haar cursussen en de brede impact dat het initiatief op de Vlaamse bevolking heeft.
Universiteit Vrije Tijd Davidsfonds, met Leuven als thuisbasis, is een landelijk uitgebouwde vormingsinstelling rond het thema “Geschiedenis voor morgen. Cultuur en samenleving in historisch perspectief”. Ze ging in het najaar van 1993 van start. Jaarlijks vinden er nu meer dan 150 cursussen plaats in een 60-tal Vlaamse steden en gemeenten. Er worden een 8000-tal cursisten bereikt.
In haar cursussen snijdt Universiteit Vrije Tijd diverse inhoudelijke aspecten van de geschiedenis aan, met name ‘cultuurgeschiedenis’ (geschiedenis van de verschillende kunsttakken), ‘mentaliteitsgeschiedenis’ waarbij levensbeschouwingen en religies aan bod komen, ‘economische geschiedenis’, ‘binnenlandse instellingen en politiek’ en ‘buitenlandse politieke geschiedenis’ met de klemtoon op internationale relaties en militaire geschiedenis. Soms behandelen de cursussen verschillende aspecten tegelijk. Dit is het geval bij de bestudering van de geschiedenis van landen, volkeren en beschavingen, waar een globaalvisie van zo’n wisselwerking gediend is. UVT ziet geschiedenis niet als een opsomming van namen, jaartallen en feiten, maar als een samenspel van mensen en groepen bij de ontwikkeling van culturen en samenlevingen. Cultuur en kunst komen ruim aan bod. De impact van de cursus wordt, indien mogelijk, versterkt met een praktijkgerichte toetsing zoals een gegidst tentoonstellings- of museumbezoek, een concert, een dagexcursie of een reis.
Cursussen die momenteel lopen zijn onder meer: ‘Achterblijven in Congo’ (Congolezen getuigen over hun koloniale periode), Tsaar Poetin? (Over de typische Russische kantjes van een wereldleider), ‘Goesting in Vlaanderen’ (al dan niet vergeten culinaire trekjes in eigen streek), ‘James Ensor: genie en rebel’, ‘Het Bourgondisch tijdperk’.
UVT kiest voor een inhoudelijk hoog cursusniveau, dat evenwel ruim toegankelijk is. Voorkennis is bij de cursisten is niet vereist, iedereen met belangstelling voor het onderwerp kan inschrijven. Het publiek bestaat zowel uit ‘onwetenden’ die geïnitieerd wensen te worden in een historisch onderwerp als ‘gevorderden’ die hun kennis wensen bij te spijkeren.
Als lesgevers komen externe deskundigen en docenten in aanmerking die zelf actief bezig zijn met onderzoek. Zij komen uit alle Vlaamse universiteiten, conservatoria en hogescholen en worden gescreend op hun agogische vaardigheid: zij moeten in staat zijn om hun kennis op een toegankelijke manier mee te delen aan het publiek.

Technopolis
In 2006 wordt de prijs toegekend aan Technopolis, het Vlaamse wetenschapscommunicatiecentrum onder leiding van CEO Erik Jacquemyn.

Technopolis, met het Vlaams doe-centrum te Mechelen als vlaggenschip, heeft als missie wetenschap en technologie dichter bij de mens te brengen. Onder het motto van ‘ik hoor en ik vergeet, ik zie en ik onthoud, ik doe en ik begrijp, ik creëer en ik ben geïnspireerd, ik denk en ik het grijpt me aan’ werden verschillende initiatieven opgezet. Naast de interactieve experimenten en de verassende wetenschapsshows in het bezoekerscentrum te Mechelen maakt Technopolis handig gebruik van de vele mogelijke vormen van communicatie: van online experimenteren tot een interactieve kalender, van de rondreizende wetenschapstruck tot rubrieken in kranten, van wetenschapsfestival tot kinderboeken, van techniekclubjes tot een quiz, en zoveel meer. En met succes, getuige de 250 000 bezoekers per jaar aan het doe-centrum en de 150 000 personen die bereikt worden met activiteiten buitenshuis. Op een populatie van 6 miljoen Vlamingen is dit een niet te onderschatten prestatie en op zijn minst bewonderenswaardig te noemen.

Ook op internationaal vlak laat Technopolis van zich horen. In 2002 werd ‘The Science Centre Academy on new science centres’ opgericht om buitenlandse wetenschapscommunicatiecentra een hand toe te steken. Technopolis is ook zeer actief in Ecsite, The European Association of Science Centres and Museums, die met hun jaarlijkse conferentie vele belangrijke actoren op het vlak wetenschapscommunicatie mogen begroeten. In 2006 was Technopolis de gastheer van de conferentie die 713 vertegenwoordigers van 40 landen samenbracht.

Canvas
De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten overhandigt om de drie jaar de prijs van de Vlaamse minister voor Wetenschapsbeleid aan een persoon, groep of organisatie die op welke wijze ook een belangrijke bijdrage heeft geleverd tot de vulgarisatie van de wetenschap. Dit jaar wordt de prijs toegekend aan het Canvas-programma Overleven, dat elke zondag om 21 uur op antenne gaat.

Overleven werd vier jaar geleden in de steigers gezet door VRT-wetenschapsjournalist Stephan Mores. Ondertussen heeft hij de fakkel doorgegeven aan Seger Bonebakker, die momenteel verantwoordelijk is voor de eindredactie van het programma.

Tijdens de documentaire die elke zondagavond wordt uitgezonden zet Overleven de recente verwezenlijkingen van prominente en inspirerende wetenschappers uit diverse disciplines in de kijker. Meer bepaald komt in elke aflevering een vorser aan het woord die een wetenschappelijke doorbraak op zijn of haar naam heeft weten te schrijven.

De bedoeling is de materie bevattelijk en boeiend voor te stellen en op die manier de interesse van het grote publiek voor wetenschap en technologie aan te scherpen.

EOS-magazine
De prijs 2000 werd toegekend aan EOS-magazine omdat dit tijdschrift reeds gedurende meerdere jaren een zeer belangrijke rol speelt bij de vulgarisatie van de wetenschap. Het heeft daarbij een leemte ingevuld en draagt sterk bij tot een betere verhouding tussen het publiek en de wetenschap en tot een grotere aantrekking van jonge mensen naar de wetenschap.

De prijs werd uitgereikt tijdens de Algemene Openbare Vergadering van de Academie op 16 december 2000.