Fondsprijzen

De Fondsprijzen zijn prijzen die voortkomen uit de legaten die aan de Academie werden toevertrouwd.

 

Prijs voor een oorspronkelijk werk in voorkeurorde over: veldwerk op het gebied van de hydrobiologie in de breedste zin van het woord; systematiek van "protisten" of van invertebraten; algemene biologie.

Bedrag voor deze prijs: 750
Deze prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt.

Oproep jaargang 2017: aanvragen zijn nog mogelijk en moeten ons bereiken voor 31-05-2017

Veldwerk op het gebied van de hydrobiologie in de breedste zin van het woord; systematiek van "protisten" of van invertebraten; algemene biologie.

Albrecht Houben
Albrecht Houben (°1984) is laureaat van de Van Oyeprijs 2015 voor zijn studie Diversity and phylogeny of the limnoterrestrial Rhabdocoela (Platyhelminthes), an enigmatic Group of minute metazoans, een onderzoek over platwormen. Traditioneel worden Platwormen in twee groepen gedeeld: een parasitaire groep en een groep vrijlevende “Turbellaria”. In Houbens onderzoek werd gewerkt met de kleinste leden uit de laatste groep oftewel de microturbellaria. Ondanks dat deze alomtegenwoordig zijn, worden ze vaak over het hoofd gezien. Zeker wanneer men spreekt over de rhabdocoelen die leven in een limnoterrestrische habitat. Tot op vandaag zijn er enkel 46 limnoterrestrische rhabdocoelen beschreven, wat minder dan 3 % van alle bekende rhabdocoelen soorten is. Deze zouden hun origine hebben door een kolonisatie vanuit zoetwater. Omdat dit verre van zeker is werden bijkomende data verzameld om zo de fylogenie van de Dalytyphloplanida verder uit te werken met meer taxa en bijkomende moleculaire data. Hieruit zijn 4 α-taxonomische werken gevloeid waarvan twee revisies van een geheel genus. Het opmerkelijkste resultaat is de ontdekking van de nieuwe soort Acrochordonoposthia vandeputae. Dit omdat deze werd ontdekt midden in het best bestudeerde gebied op het vlak van limnoterrestrische rhabdocoelen. Houben heeft ook een cladistische analyse uitgevoerd met een ribosomale DNA dataset waar tevens 4 verschillende habitat toestanden werden geïmplementeerd. Zo werden verscheidene traditionele clades bevestigd en andere weer verworpen. Deze fylogenie toont twee onafhankelijke kolonisaties van het (limno)terrestrische milieu aan, één binnen Limnotyphloplanida en één binnen Neodalyellida, die tevens ontstaan zijn uit een brak/marien milieu en geen zoetwater origine hebben zoals steeds gedacht. Door deze nieuwe inzichten lijkt het dat de wereldwijde diversiteit van deze dieren ongetwijfeld vele malen hoger is dan men tot nu toe dacht.

Albrecht Houben studeerde biologie aan de universiteiten van Hasselt en Antwerpen (licentiaat in 2007). Hij doctoreerde aan de Universiteit Hasselt in 2013. Van 2009 tot 2013 werkte hij doctoraatsbursaal aan de Hasseltse universiteit, waar hij nu vrijwillig wetenschappelijk medewerker is in combinatie met een baan in de privésector.

Maarten Larmuseau

Sea (in)sight. From phylogeographical insights to visual local adaptation in marine gobies.

Hierin kon hij aantonen dat de verschillende populaties van mariene grondels genetisch aangepast zijn aan de lokale lichtomstandigheden langs de Europese kusten. Momenteel is hij verbonden als FWO-Postdoctoraal onderzoeker aan het Laboratorium van Forensische Genetica en Moleculaire Archeologie (Departement Humane Erfelijkheid) waar hij de humane genetische diversiteit in de Lage Landen in kaart brengt en deze tracht te relateren aan culturele verschillen en historische feiten. Nieuwe inzichten via een dergelijke multidisciplinaire aanpak gebruikt hij om vooruitgang te boeken in het onderzoek naar de (micro-)evolutie bij mens en dier.

Maarten Larmuseau (° 1983) is actief in het onderzoeksdomein van de populatie- en evolutiegenetica en is verbonden aan de KULeuven. Hij begon eind 2004 aan een doctoraat over de relatie tussen populatiegenetica en natuurlijke selectie bij mariene vissen in het Laboratorium van Diversiteit en Systematiek van Dieren. In 2009 verdedigde hij zijn doctoraat getiteld: '(In)zicht op zee – Van fylogeografische inzichten naar visuele lokale adaptatie bij mariene grondels'.


Jef Guelinckx

Estuarine habitat use by a goby species: a geochemical approach

Jef Guelinckx (°1979) behaalde in 2002 met een palmares van zeven graden zijn licentiaatsdiploma in de Biologie, richting dierkunde-ecologie, aan de KULeuven. Een eerste kennismaking met estuariene en mariene ecosystemen kwam er met de licentiaatsthesis naar het migratiegedrag van haring en sprot in het Schelde-estuarium, onder begeleiding van Prof. F. Ollevier. Dit smaakte naar meer en effende het pad voor zijn doctoraatsonderzoek Estuarine habitat use by a goby species: a geochemical approach aan het Laboratorium voor Aquatische Ecologie en Evolutiebiologie (KULeuven) waar hij zich verder verdiepte in de ecologische rol die estuaria vervullen voor mariene vissen. Het doctoraatsonderzoek naar de migratiepatronen van grondels in het Schelde-estuarium werd uitgevoerd met een beurs van de KULeuven en een specialisatiebeurs van het IWT (Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie). Voor dit multidisciplinair onderzoek vonden tal van samenwerkingen plaats met verscheidene Vlaamse en Europese onderzoeksinstellingen. De intensieve staalnamecampagnes op zee en in de Schelde werden ondermeer ondersteund door het VLIZ (Vlaams Instituut voor de Zee). Een belangrijk experiment werd uitgevoerd aan het Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie in Yerseke, een vestiging van het Nederlands Instituut voor Ecologie (KNAW-NIOO). De verschillende scheikundige analyses kon Jef Guelinckx uitvoeren aan het Laboratorium Analytische en Milieuchemie van de VUB, de Afdeling Geologie van KULeuven en het Laboratoire de Sclérochronologie des Animaux Aquatiques (IFREMER-IRD) in het Franse Brest.

Naast zijn doctoraatsonderzoek draaide de heer Guelinckx ook mee in een monitoringstudie naar de estuariene visgemeenschap van de Schelde in opdracht van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Na het afwerken van zijn doctoraatsverhandeling werkte Jef Guelinckx een korte periode aan de Universiteit van Bergen (Noorwegen). Momenteel werkt hij bij de Vlaamse Milieumaatschappij rond Integraal Waterbeleid.


Sofie Derycke

Patronen en processen in de genetische structuur van twee mariene nematodentaxa (Rhabditis (Pellioditis) marina en Halomonhysterra disjuncta). Een moleculaire, morfologische en experimentele benadering.

In 2007 wordt de studie ‘Patronen en processen in de genetische structuur van twee mariene nematodentaxa (Rhabditis (Pellioditis) marina en Halomonhysterra disjuncta). Een moleculaire, morfologische en experimentele benadering’ van mevrouw Sofie Derycke bekroond. Het betreft een doctoraal onderzoek naar de genetische structuur en dynamiek binnen populaties van rondwormen, wat een duidelijke betekenis kan hebben voor opmeten van de kwaliteit van het leefmilieu.

Sofie Derycke (°1978) studeerde biologie aan de Gentse Universiteit, waar ze sinds 2002 verbonden is aan de onderzoeksgroep Mariene Biologie. In 2006 behaalde ze haar doctoraat met bovenvernoemde studie.


Marjan De Block

Life history plasticity to time stress in the damselfly Lestes viridis

In 2005 wordt de studie ‘Life history plasticity to time stress in the damselfly Lestes viridis’ van mevrouw Marjan De Block bekroond, een onderzoek naar de levensgeschiedeniskenmerken als respons op tijdstress bij de waterjuffer Lestes viridis, het proefschrift waarmee zij ook haar doctoraat behaalde aan de Universiteit Antwerpen in 2004.

Marjan De Block (°1973) studeerde biologie aan de Universiteit Antwerpen (UA), waar zij ook de aanvullende opleiding milieuwetenschappen volgde. Zij werkte aan enkele wetenschappelijke projecten aan het Instituut voor Natuurbehoud en de UA. Na het behalen van haar doctoraat was zij gedurende een jaar verbonden als postdoctoraal onderzoeker aan Darmouth College, USA, met een fellowship van de Belgian American Educational Foundation. Momenteel is zij verbonden aan de KULeuven met een mandaat van postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen. Marjan De Block is gespecialiseerd in de evolutionaire biologie


Tine Huyse

Evolutionary assocations between Gyrodactylus and its goby host: Bound forever?

De laureaat voor de Van Oyeprijs voor 2003 is mevrouw Tine Huyse. Zij diende haar doctoraalproefschrift in, met als titel "Evolutionary assocations between Gyrodactylus and its goby host: Bound forever?". Het is een zeer goede studie van een relatie tussen een groep kieuwparasieten en de groep vissengastheren, die met gevarieerde methoden en onder verschillende aspecten werd benaderd.

Mevrouw Tine Huyse (°1976) studeerde in 1998 met grote onderscheiding af aan de Katholieke Universiteit Leuven (KULeuven) als licentiaat in de Wetenschappen. In 2002 behaalde ze haar doctoraatsproefschrift in de Biologische Wetenschappen, eveneens aan de KULeuven. Momenteel (2002-2004) werkt zij aan een postdoctoraal onderzoek aan het ‘Natural History museum’ in London.


Tom Moens
Voedingsecologie van vrijlevende estuariene nematoden. Een experimentele benadering.

W. Sleurs
Een systematische en zoögeografische studie van de Rissoininae Stimpson, 1865 (Gastropoda, Rissoidae)

Luc De Meester
On the genetical ecology of phototactic behaviour in Daphnia magna (Crustacea, Cladocera)

J. Peters

Bijdrage tot de archeozoölogie van Soedan en Egypte


Koen Martens

Taxonomische revisie van het genus Sclerocypris Sars, 1924 (Crustacea, Ostracoda) in Afrika


M. Coussement

Limnologisch en visserijbiologisch onderzoek van enkele hengelwateren in oost-Vlaanderen


R. Bosmans

Ecologische faunistiek en indicatorwaarde van water- en oppervlaktewantsen in Oost- en West-Vlaanderen


A. Caljon

Ecologisch-systematisch onderzoek en numerieke analyse van de fytoplanktongemeenschappen in brakwterkreken in het noorden van Oost-Vlaanderen


E. Coppejans

Bijdrage tot de studie van de wierpopulaties (Chlorophyceae, Phaeophyceae, Rhodophyceae) aan het fotofiel infralittoraal in het Noordwestelijke Mediterraan bekken


Jan Rammeloo

Systematische studie van de in België voorkomende Trichiales en Stemonitales (Myxomyceten)


M. De Ridder

De Raderdieren van Ijsland, IV